,

Zonnige dagen in een nieuw gezin

Ik was een keer op vakantie in Italië, in Toscane, in de zomer. Het was bloedheet. Om van de camping bij de zee te komen moesten we twintig minuten lopen, één lang zandpad naar het strand. Heen ging nog wel, maar terug was de hel. De kinderen, allemaal onder de tien, klaagden over de hitte, over honger, over het zand, over wie wat moest dragen, enzovoort. Ik werd er gek van. Op een gegeven moment voerde ik de ‘Drie keer klagen is klaar’-regel in. Iedereen mocht tussen strand en camping drie keer klagen. Ik deed dan heel begripvol: ‘Nou, wat is het warm hè? Ik zie hoe je zweet! Hoe heet heb je het op een schaal van 1-10? Een 10?! Jeetje! Wil je even staan en uitpuffen?’. En door. Op een vierde keer zeuren werd niet gereageerd maar het dagelijkse ijsje was verspeeld. Tot mijn verbazing werkte dit supergoed. De kinderen kregen veel meer begrip dan voorheen, toen ik bij het eerste moppertje al begon met ‘We zijn er bijna / Piep niet zo / Geef die zwemband dan maar hier, maar hou op met zeuren’. En ik zág de kinderen hun mond openen en weer dicht doen, om het zeuren nog even te ‘bewaren’. Op het laatst werd het een soort sport. ‘Jongens, daar is de bocht naar de camping al. Jullie mogen nog ieder twee keer. Wie begint?’

 

Ik moet hier wel eens aan denken als ik in gesprek ben met een ouder en een stiefouder die behoefte hebben aan ondersteuning. Elk stel is anders, maar het volgende kom ik regelmatig tegen: ze zien dezelfde problemen, maar reageren er anders op. Stiefouders zijn geneigd vaker en krachtiger te benoemen wat er moeilijk is, in de hoop dat de ouder, die vanuit zijn of haar rol meer invloed op de situatie heeft, er iets aan doet. De ouder, door zijn of haar positie gericht op verbinding, wil niet altijd horen waar de nieuwe partner tegenaan loopt in de omgang met de stiefkinderen en de andere ouder. En kan daardoor soms te weinig begrip tonen voor de stiefouder. Die dan, inderdaad….méér gaat mopperen. Voor je het weet liggen de problemen onder een vergrootglas en groeit de afstand tussen de nieuwe partners.

 

In mijn voorbeeld zou je kunnen zeggen dat een stiefmoeder (oké, -ouder) in de rol van mijn kinderen zit. Veel stiefmoeders hebben het zwaar. Ze hebben last van de zon, het zand, de zwembanden. Van de spanning, het geploeter en de ladingen ‘geschiedenis/bagage’ die vaak horen bij een nieuw gezin. Als ze moeite hebben met de ex van hun partner willen ze niet horen ‘trek je er gewoon niks van aan / jij wilde toch met hem zijn, nou dan, dit hoort erbij / hou er maar over op, ik praat wel met haar’. Als het gedrag van hun stiefkinderen hen stoort, is een opmerking als ‘dat bedoelen ze niet zo / zo zijn kinderen op die leeftijd nou eenmaal’ niet helpend. Ze willen dat iemand echt luistert en hoort hoe moeilijk het is.

 

Maar de andere personen in mijn verhaal (mijn man en ik) hebben ook een punt. Als mijn kinderen na een gezellige middag aan het strand de hele terugweg zeuren, ben ik de leuke middag vergeten als ik chagrijnig op de camping aan kom. En ik heb het óók warm. Oftewel: een biologische ouder die zelf ook baalt van de situatie maar probeert niet de hele tijd te benoemen wat lastig is verliest de moed als de stiefouder dat wel continu doet.

 

Aandacht en begrip voor elkaars gevoelens is van wezenlijk belang

Welke les zit hier in? Bij strand hoort zand op je handdoek. Bij het hebben van een samengesteld gezin horen moeilijke dingen. Voor de biologische ouder, in een constante spagaat tussen kerngezin en nieuwe gezin, en voor de stiefouder, die evengoed op zoek is naar evenwicht. Aandacht en begrip voor elkaars gevoelens is van wezenlijk belang; in mijn ogen een voorwaarde om het samen te redden als nieuwe partners. Maar waar in een ‘gewoon’ gezin dagen al hectisch kunnen verlopen, is dat in een nieuw gezin zeker zo. Te allen tijden aandacht hebben voor ieders gevoelens is een mooi streven, maar door de dag heen lang niet altijd haalbaar. Er gebeurt iets, je doet of beslist iets, en het volgende dient zich aan. Als alles wat niet bevalt kenbaar wordt gemaakt door rollende ogen, half hoorbaar gemopper of juist een ontploffing is het snel gedaan met de sfeer. Van de andere kant, geen ruimte maken voor die gevoelens door alle vormen van commentaar meteen af te kappen, zoals ik eerst bij mijn klagende kinderen deed, werkt ook niet. Wat dan wel?

 

Spreek met elkaar af dat je tijd maakt voor elkaar aan het einde van de dag of het weekend. Plan momenten op te ventileren; om te mogen zeggen wat je voelt. Laat elkaar vertellen wat leuk was en wat moeilijk was. Luister goed en vraag door. Zorg er samen voor dat jullie gesprek niet verzandt in een klaagzang over de kinderen of de andere ouder, maar dat jullie praten over jullie; over wat er IN jullie leeft.

 

In het kort  : delen

Doel  : versterken van jullie partnerrelatie
Niet   : oplossingen aandragen, gedrag van anderen gaan uitleggen of vergoelijken
Wel    : begrip tonen, vragen stellen (Hoe was het voor je dat X dat zei? Wat deed het met jou toen dit of dat gebeurde? Voelde je je voldoende gesteund door mij? Wat zou op dat moment geholpen hebben?)

 

Door dit keer op keer te doen gaan jullie elkaar beter begrijpen en wordt jullie band sterker. Op een rustig moment bespreken wat jullie ervaren zorgt dat jullie door de dag heen af en toe over hobbels heen kunnen stappen zonder ze te benoemen. Het zand blijft zand en het pad blijft lang, maar zo lopen jullie samen en wordt het makkelijker op het goede spoor te blijven: zien wat goed gaat, meenemen wat lastig is, positief onderweg zijn.

 

Niet vergeten hoe mooi Toscane is. Blijven zien hoe blij jullie met elkaar zijn.

 

 

 

Herken je het bovenstaande en denk je dat het jullie zou helpen onder begeleiding te kijken naar hoe jullie communiceren en omgaan met knelpunten, neem dan vrijblijvend contact op.

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.