Vmbo voor een prachtbaan

Minister Slob vraagt aandacht voor de zorgelijke daling van het aantal vmbo-leerlingen. Ouders moeten stoppen met pushen, ons land heeft behoefte aan leerlingen met een praktische opleiding. Wist ik allang. Maar de afgelopen jaren heb ik het ook gevoeld, en niet een beetje.

 

Mijn vader heeft de ziekte van Alzheimer. (voor meer daarover, klik hier) Hij zit inmiddels op de derde afdeling voor dementerenden, sinds het thuis niet meer ging. En voor de derde keer word ik getroffen door wat ik zie bij zijn verzorgsters. Op de vorige afdeling woonden alleen maar mensen in een vergevorderd stadium van dementie. Als je daar binnenkwam liep je tegen de stilte op als tegen een muur. Er werd niet gepraat, een beetje gemurmel en gemopper daargelaten. De bewoners waren zich nauwelijks meer bewust van hun omgeving. Ze aten niet, of alles wat ze voorgeschoteld kregen, wat het ook was. Wieteke werkte daar. Op een dag hoorde ik van haar dat ze zo’n fijne ochtend gehad hadden. Ze hadden heel uitgebreid en feestelijk ontbeten. Ik vroeg even door. Wieteke had de avond van tevoren tot 10 uur moeten werken en was die ochtend weer om 7 uur begonnen. Het ontbijt had haar zo leuk geleken voor de bewoners. Dus had ze ’s avonds Danerolles croissants gekocht en gerold en de tafels mooi gedekt. ‘S morgens had ze voor sinaasappelsap en eitjes gezorgd en toen met haar collega iedereen uit bed gehaald. Natuurlijk werd er ’s morgens ook vooral een beetje wazig gekeken, wat gemurmeld en gemopperd. Niemand van de bewoners kan Wieteke bedankt hebben. Maar het kan niet anders dan dat ze de liefde gevoeld hebben waarmee hun feestontbijt was bereid. Als je dag in dag uit met mensen werkt met wie interactie zo moeilijk is, en je blijft dan naast je drukke schema dit soort extraatjes verzinnen, omdat je de mensen in de bewoners blijft zien, dan ben je goud waard. Het helpt mij als dochter enorm te weten dat er Wietekes zijn waar mijn vader woont.

 

Op Carnavalsmaandag neem ik de trein van hossend Eindhoven naar Hoorn, waar mijn vader een tijdje terug naar toe verhuisd is. West-Friesland en Brabant lijken in niks op elkaar: de omgeving is anders, het accent, de woorden. Maar de mensen zijn er even lief. Als ik binnenkom zit papa in de kamer, behangen met serpentineslingers. Blijk ik net het carnavalsfeest gemist te hebben! In Hoorn?! Weer wat geleerd. De activiteitenbegeleidsters en verzorgenden vertellen hoe leuk hij het vond en het lijkt alsof ze dat zelf net zo fijn vonden om te zien als ik het vind om dat te horen. Als ik informeer hoe dat dan gaat, zo’n viering, en of er nog iemand mee kon zingen, zeggen ze: ‘nou ja, wíj hebben het zweet op ons voorhoofd staan! En de polonaise kan niet meer, maar dan doen we een dansje dat nog wel kan.’ Ik denk dat het raar overkomt om iemand na zo’n opmerking te zoenen, dus ik zei maar gewoon ‘wat fantastisch wat jullie doen’ . Als iemand van wie je houdt ziek is, ben je voor hoop en gemoedsrust afhankelijk van anderen. Ik moet de trein terug kunnen nemen in de wetenschap dat mijn vader in goede handen is. Dat vertrouwen is onbetaalbaar.

 

Ik vraag me af: die ouders die gruwen van het vmbo en een mbo-opleiding voor hun kind te min vinden, zouden die hun vader in een verpleeghuis achter hebben moeten laten? Hebben die wel eens de thuiszorg moeten bellen voor een familielid? Hebben die zelf wel eens zorg nodig gehad en ervaren wat oprechte betrokkenheid, een welgemeend ‘goedemorgen’ en een opbeurend grapje betekenen? Goede zorg maakt lijden dragelijk en houdt de mens in de zieke zichtbaar. De Wietekes van deze wereld zouden op handen gedragen moeten worden.

 

 

 

 

 

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.