Te gast in je stiefgezin?

Ook na een huwelijk van 20 jaar zijn er dingen die ik niet deel met mijn man. Alles waar een nagelknipper of een scheermesje bij komt kijken doe ik in mijn eigen tijd, met de badkamerdeur dicht. Maar veel verder gaat mijn privacybehoefte niet en ik ben niet van de schone schijn. Mijn man en kinderen zien dagelijks ( in het weekend vaak de héle dag) mijn ‘before’-look. (Terzijde: al smeer ik er kwistig op los, mijn ‘after’ van nu haalt het niet bij mijn ‘before’ van 10 jaar geleden, tot zover het hele metamorfosegebeuren.) Ik zing en dans door hun gefrons heen als ik een goeie dag heb en klaag schaamteloos als ik mezelf zielig vind. Ik ben, zeg maar, gewoon mezelf.

 

De vrijheid voelen om jezelf te zijn, in je eigen huis, in je eigen gezin, is een groot goed. Maar al lijkt het vanzelfsprekend, dat is het niet voor iedereen. In mijn werk met stiefouders hoor ik regelmatig hoe moeilijk het is om die vrijheid níet te ervaren. En om het dan ook nog te durven zeggen, zonder dat je partner meteen op de kast zit. Voor mensen die geen ervaring hebben met het leven in een samengesteld gezin helpt de volgende vergelijking misschien. Leven met stiefouders of -kinderen lijkt de eerste jaren vaak, zeker in de gezinnen waarin het ogenschijnlijk goed gaat, op een weekendje weg gaan met je ouders, broers en zussen, als iedereen al volwassen is en een eigen gezin heeft. Op samen kerst vieren, of zo. Iedereen wil het gezellig hebben, doet zijn best, maar is toch net een beetje minder ontspannen dan thuis. Patronen van vroeger zijn direct weer zichtbaar. Verschillen in opvoeding zijn soms pijnlijk duidelijk, of alleen maar onhandig. ‘Oh, mogen de kinderen wel van tafel tussen twee gangen door?’ ‘Moeten ze bij jou niet eerst opruimen voor ze iets anders gaan doen?’ ‘Nee, laat ze het nou zelf oplossen, dat kunnen ze heus wel!’. Ook als het een heel geslaagde dag is, of een fantastische midweek, ben je weer blij dat je gewoon met je eigen gezin en je eigen gedoe de auto in kruipt. Je best doen kost veel energie.

 

In de beginfase van een nieuw gezin doet iedereen, de nieuwe partners voorop, enorm zijn best. Je wil dat het slaagt, dat jullie een écht gezin worden, een happy family. Je steekt er tijd in, investeert je een ongeluk, en hoopt dat dan terug te zien in de onderlinge band. Soms duurt het best lang voor je gaat merken dat je niet voor niks je best zit te doen, dat er inderdaad voorzichtig iets groeit. Dat is niet zo raar. Twee gezinnen samenbrengen betekent dat alle gezinsleden op zoek moeten naar een nieuwe comfortzone. Alles wat altijd gewoon was wordt ineens opnieuw gewogen. Het is een menselijke neiging om je vast te klampen aan wat je kent als je geconfronteerd wordt met veranderingen (denk: Zwarte Piet). Je gooit niet zomaar je zekerheden overboord, en dus kost het moeite je open te stellen voor een nieuw ‘gewoon’. Water bij de wijn doen, je schouders ophalen over verschillen, misverstanden weglachen; dat alles vraagt om inzet. En als je niet merkt dat je inzet iets oplevert of zelfs maar gezien wordt, wordt het des te pittiger irritaties weg te slikken en begrip op te brengen voor gedrag dat je kwetst.

 

Veel stiefouders, misschien vrouwen nog meer dan mannen, zijn zo druk met investeren in hun nieuwe gezin dat ze zichzelf een beetje vergeten. Ik weet uit mijn eigen beginjaren dat ik zo bang was de kinderen -‘die er toch ook niet om gevraagd hadden dat ik er ineens ook woonde’- voor het hoofd te stoten dat ik me een gast in mijn eigen huis voelde als ze er waren. Bang om iemand in de weg te zitten of kostbare vader-zoontijd in te pikken. Een gastvrouw was ik ook, de hele tijd aan het bedenken hoe ik nog meer gezellig en leuk en lief kon doen. Op zondagavond, als ze terug gingen naar hun moeder, zei mijn man ‘Ging prima, toch?’ en was ik uitgeput. Niet meer op mijn tenen, gewoon mezelf. Mijn stiefzoons zijn nooit anders dan superlief geweest, hebben hun vader van meet af aan gul met mij gedeeld, en dan nog. Het kost tijd om je bij elkaar thuis te voelen.

 

Op het gevaar af dat ik aan geloofwaardigheid inboet net nu ik aan mijn tips wil beginnen, noem ik nu toch een persoonlijke heldin van mij, ‘mijn’ online-yogalerares Adriene Mishler (YouTube: YogaWithAdriene). Ik heb veel van haar geleerd dat mij op allerlei vlakken geholpen heeft. Ik zou bijna zeggen ’20 minutes of Adriene a day keeps the doctor away’. Vrienden horen mij waarschijnlijk net iets te vaak een zin beginnen met ‘Adriene zegt…’. Maar hoe dan ook, ik deel een uitspraak van haar die ik als ervaren stiefmoeder en begeleider van nieuwe gezinnen 100% onderschrijf: trust the process. Het duurt een tijd om elkaar te leren kennen. Al het zoeken en proberen en af en toe je hoofd stoten of op elkaars tenen trappen hoort bij het proces. Het doet wat nodig is; het aftasten zorgt dat jullie je vorm kunnen vinden. In deze fase geldt echt: als je de groei niet ziet wil dat niet zeggen dat er geen vooruitgang is. Het is lente, dus een metafoor over de tuin ligt voor de hand: het duurt een tijd voor de zaadjes die je plant een weelderige tuin opleveren, maar de uren in de tuin (water geven, bemesten, onkruid wieden) blijken dan niet voor niks te zijn geweest.

 

Vaak achteromkijken helpt om oog te houden voor wat je al gedaan hebt, wat je nu al méér weet van elkaar dan vorig jaar. Wat je nu al gedeeld hebt, moeilijk of niet. En tip 2: spreek je uit. Vertel wat jij moeilijk vindt en waar je blij van wordt. Deel het als het enigszins kan ook met de kinderen. Zo leer je elkaar kennen en is er aandacht voor het hierboven genoemde proces. Twee voorbeelden uit mijn praktijk van afgelopen week:

  • Een stiefouder vond het lastig dat zijn stiefkind ‘welterusten mam!’ tegen zijn moeder zei, hem, naast haar op de bank, daarmee negerend. Dat is ook moeilijk. Het doet pijn. Als het op zo’n moment (of de volgende ochtend) lukt om zonder te beschuldigen te zeggen hoe dat voelt, wat je graag zou willen en waarom dat belangrijk voor je is, levert dat veel meer op dan mopperen op je partner of jezelf voornemen niet langer je best te doen voor je stiefkind. Als het stiefkind daar niet positief op reageert, wil dat niet zeggen dat er bij hem of haar geen zaadje is geplant…
  • Een stel met een nieuw gezin kwam er, al ‘achteromkijkend’, achter dat ze inderdaad al best wat bereikt hadden en waren daar blij mee. Of ze dat ook gedeeld hadden met hun kinderen, vroeg ik? Nee, dat niet. Waarop ze besloten dat alsnog te doen, met een speciaal toetje of iets lekkers bij de koffie. Om te vieren dat ze samen onderweg waren en trots waren op wat er al was.

 

Zo zie je maar weer, soms is iets dat eruitziet als een nederlaag een enorme overwinning. Een dagje chagrijnig door het huis slonzen als stiefmoeder betekent dat je ook die kant van jezelf durft te laten zien. Vaarwel gastvrouw, hallo gewoon mens. Een flinke aanvaring met je stiefkind, met geschreeuw en tranen, maakt de weg vrij voor een gesprek over wat er dwars zit. Kom maar door met die emoties. Voor je het weet is je hele tuin groen.

 

 

 

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.