Berichten

Carnaval met pubers

Picture this: ik sta op een bankje midden in de stad, geflankeerd door zus S. en vriendin R. We zwaaien alle drie met bier. Aan de overkant van de straat staat Django Wagner zijn best te doen. Tussen ons in een hossende menigte, met recht voor mijn neus mijn zoon (18) en stiefzoons (29 en 31), gebroederlijk lachend. Links man en dochter en een nichtje van 15 dat niet méér zou kunnen stralen. Wie carnaval ontvlucht mist echt iets bijzonders.

Wijs mij de plek waar je als ouder van pubers in het openbaar samen feest kunt vieren zonder dat je kinderen met afschuw reageren op elke beweging die je maakt. Als ik bij een gelegenheid waar zij ook zijn zelfs maar naar de dansvloer kijk zijn ze al vertrokken. Een uitbundig gebaar of hard lachen? Ik word meteen tot de orde geroepen: ‘Doe normáál!’. Zo niet met carnaval. Ik stond mee te brullen en het was oké. Hun tante was verkleed als identiteitscrisis (alles uit de verkleedkist door en over elkaar) en dat was oké. Er waren tieners en zestigers en alles daar tussenin en dat was oké. Ik vond het geweldig.

Ik bleef van binnen natuurlijk wel gewoon een moeder. Dus ik zag dat mijn zoon kou stond te vatten zonder jas en dat hij veel bier dronk. Ik heb er zo goed als niks van gezegd (trots op mij!). Toen mijn dochter vertrok liet ik Django acuut in de steek om te dubbelchecken waarheen, met wie, hoe laat thuis en niet alleen! Vorig jaar had deze zelfde dochter het op de eerste dag van carnaval zo bont gemaakt dat het hele gezin er een week van moest bijkomen, en ik een half jaar. Maar daar ging ze weer, met haar duivelshoorntjes.

De overige dagen van het feest bracht ik hier in Lampegat door op de onontkoombare puberouder-wip: ik vond het prachtig en ik vond het eng. De dagen begonnen met een paar brakke verschijningen aan het ontbijt, mijn eigen kroost met wisselende extra’s, en eindigden ’s nachts als de laatste binnen was. Tussendoor deden we creatief: last-minute verstelwerk zonder naaimachine, een schmink-tutorial op YouTube, gedoe met krul- en stijltangen en plaktatoeages. In bed luisterden mijn man en ik naar de manier waarop de voordeur geopend werd en de feestgangers binnenkwamen. Voor ze boven waren hadden we al opgelucht vastgesteld dat ze nog netjes recht liepen en konden we volstaan met ‘Was het leuk, schat? Slaap lekker!’ waarna we dan ook eindelijk zelf zonder voorbehoud onder zeil konden.

De kleren zijn weer gewassen, petten, hoeden en aanvullende troep zit weer in de kist, het feest is voorbij! Op Pinterest zie ik dat mijn zus aan de andere kant van het land outfits voor komend jaar zit te zoeken. Mijn jongste dochter verzekert de visite dat zij er komend jaar, als ze eindelijk 16 is, ook vijf dagen vol voor wil gaan. Ik verslik me bijna, maar bedenk dan dat dat gelukkig nog een jaar duurt.

,

Praten met je puber

Ken je die chef-kok die thuis macaroni met ham en kaas eet? De interieurstylist wiens huis géén evenwichtig, eclectisch geheel van vintage en design is, maar gewoon een troep? Ik hoor in het rijtje van mensen die hun skills bij de voordeur achterlaten, en thuis niet lijken te kunnen beschikken over hun professionele kwaliteiten. Of de kans niet krijgen, omdat ze nou eenmaal niet samenleven met mensen die actief op zoek zijn naar die kwaliteit, dat kan ook. Anders gezegd: noch mijn man noch mijn kinderen zoeken mij op voor een goed gesprek. Mijn man omdat hij niet worstelt met levensvragen, de klok rond positief is en geen stress kent. Het bestaat, mensen: ik leef met de personificatie van rust en vertrouwen. Zelf volg ik scholing op scholing en vouw ik mezelf dagelijks dubbel op een yogamat, om vervolgens hopelijk ooit zo ontspannen te zijn als mijn man, die ondertussen gewoon op de bank zit. En van ons tweeën ben ik de coach. Ironie!

 

Dan de kinderen. Drie stuks, tussen 14 en 17. Laatst stond ik de keuken op te ruimen en ving ik een gesprek op tussen de drie, nog aan tafel. Er was sprake van een ‘love interest’, een ‘crush’. Ik draaide me verrast en geïnteresseerd om. Hoe, wie, wat, waar? Nou, ze maakten me snel duidelijk dat ik heus wel zou worden ingelicht bij vaste verkering, maar tot die tijd zeker niet. Ze waren het erg met elkaar eens. “Jij gaat dan meteen van alles vragen!” “Jij komt dan na drie weken nog met ‘Hoe is het afgelopen met die-en-die?’” en “Jij onthoudt dat dan allemaal!”

 

Juist. Ik had het moeten weten. Een moeder is een moeder. Schoenmaker, blijf bij je leest. Een therapeut of coach stelt vragen, neemt je gevoelens serieus, onderzoekt met je wat je wilt. De setting bepaalt dat een Echt Gesprek oké is, zelfs fijn. Je geeft je bloot, doet de deur dicht, en gaat terug naar je gewone leven. Een Echt Gesprek met je ouders, waarin gedachten en gevoelens expliciet benoemd worden, is voor veel jonge mensen ongemakkelijk. Vooral als je zelf nog helemaal niet goed snapt wat je nou eigenlijk allemaal voelt, denkt en wil. Het maakt je kwetsbaar, en zeker face-to-face aan de keukentafel kan het een beetje te veel van het goede zijn. Pubers hebben behoefte aan zelfstandig worstelen, dubben, uitproberen. Ze willen een beetje afstand van papa en mama. Dat hoor ik vaak en blijkt dus ook te gelden voor mijn eigen kinderen. Point taken!

 

Uitnodigen ja, uithoren nee

 

Een moeder, een ouder, moet het anders aanpakken. De regie voor het gesprek bij het kind laten. Beschikbaar zijn, luisteren. Het gesprek op gang houden door te laten merken dat je ze hoort, zonder als een pitbull-interviewer vraag na vraag af te vuren (zó erg was ik niet, maar ik..eh..snapte de reactie van mijn kinderen wel. Ik geniet zo van het meebeleven van hun jeugd dat ik kan doorslaan in belangstelling. Loslaten betekent ook accepteren dat een steeds groter deel van hun leven voor jou niet vanzelfsprekend bekend is. Vind ik een dingetje, zeg maar). Liefst een beetje terloops, dat houdt het luchtig. Tijdens het afwassen bijvoorbeeld, of – in geval van een vaatwasser- in de auto, of tijdens een rondje met de hond. Als jouw aandacht ogenschijnlijk op iets anders gericht is, en er geen oogcontact is, praten pubers vaak makkelijker. Creëer momenten voor deze ‘light variant’ van een Echt Gesprek, slik je adviezen weg en geniet.

 

Dus. Ik ben nu heel bewust terug bij de Pan Soep Aanpak. De term heb ik gestolen van een vader die minder was gaan werken en vertelde dat hij het meest genoot van de momenten dat hij stond te koken. Terwijl hij in de soep roerde kwamen zijn kinderen een voor een af en toe wat vertellen. Iets over hun dag, wat leuk was of tegenzat. Hij humde wat, zei ‘Oh?’ of ‘Goh!’ en roerde in de soep. En dat was alles wat ze wilden.

Praten met pubers

Pubers. Ik heb er thuis een paar. De een heeft het rollen met de ogen tot een kunst verheven en de ander kijkt meestal naar me met een blik die boekdelen spreekt. De blik zegt, of beter, schreeuwt: “JEZUS, MAM! DOE NIET ZO DEBIEL!” Tja, de taal van tieners. Ik heb er inmiddels geen tolk meer bij nodig. Misschien herkent u deze: de ogen beschrijven een grote boog van links via boven naar rechts en er wordt lucht naar binnen gezogen, de lippen ontspannen en de mond een beetje open. Of deze: hoofd gebogen, ogen wijd open en net hoorbaar ‘okééé…..’ fluisteren. Ze betekenen respectievelijk ‘Gênant! Mijn moeder denkt dat ze jong/modern/grappig is!’ en ‘Het slaat echt helemaal nérgens op dat je hier zo boos om wordt, maar ik zeg maar niks want ik heb het toch altijd gedaan, blijkbaar’. Hun mimiek imiteren of ‘Ja, wat nou! Zeg het maar hardop!’ roepen is meestal niet heel nuttig, dus dat probeer ik te beperken.

Het begint met belangstelling

Voor de klas heb ik geleerd dat je sowieso als volwassene (> 30 = bejaard) niet moet proberen dezelfde taal te spreken als jongeren. Je valt meteen door de mand en het wordt niet gewaardeerd. Wat wel gewaardeerd wordt is belangstelling. Als het gaat om praten met pubers is dat de sleutel. Het zal niet zonder meer leiden tot een goed gesprek. Er zijn mensen die niet willen of niet kunnen praten, en er zijn grote verschillen tussen jongens en meisjes in dat opzicht (toen mijn zoon laatst een week met school op excursie was, bestond onze appgeschiedenis van die dagen uit 180 woorden in vragen van mijn kant, en 26 in reacties van hem 🙂 ). Maar interesse tonen is wel een voorwaarde voor contact. Bovendien, de niet bepaald uitnodigende houding van sommige jongeren is precies dat: een houding. Daarachter zit een mens. Pubers kunnen heel stoer, of ongeïnteresseerd, of heel volwassen lijken, maar het valt niet mee om jong te zijn. Het viel al niet mee toen ik zelf een tiener was. De onzekerheid over wie je bent, bij wie je wil horen, of je dat al wel hardop durft te zeggen… Nu speelt dat niet alleen onder schooltijd, maar 24/7. Via hun mobieltjes worden pubers de hele dag om de oren geslagen met plaatjes en uitspraken van anderen, die het allemaal al lijken te weten. Hun reactie is belangrijk. Met elke ‘like’ vertellen ze iets over zichzelf: dit vind ik, zo wil ik ook zijn. Niet meedoen is tegenwoordig geen optie. Oprechte belangstelling van je ouders of andere volwassenen is dan meer dan welkom. Zelf straal ik graag uit dat ik een gezin, een baan en een sociaal leven moeiteloos combineer, maar als iemand voorbijgaat aan de buitenkant en vraagt hoe het echt met me gaat, ben ik blij verrast. Dan vertel ik graag wat er allemaal ontzettend leuk is en goed gaat, en wat soms heel moeilijk is. En de vraag is niet minder fijn als je geen antwoord wil geven.

De ene vraag is de andere niet

‘Was ‘t leuk, schat?’ ‘Mwah.’
‘Hoe was ‘t op school vandaag, schat?’ ‘Saai.’
Als u deze ‘gesprekken’ ook dagelijks voert, probeer dan de vraagstelling een beetje aan te passen. Gesloten vragen leveren niet veel op, maar helemaal open vragen soms ook niet. Het kan helpen om te kiezen voor vragen met een keuze, zoals ‘Wat was het allersaaist wat je vandaag hebt moeten doen?’ of ‘Welke docent had een goed humeur vandaag?’ Doorvragen is dan makkelijk; een kwestie van ingaan op wat uw kind zegt. Onverwachte vragen kunnen ook leuke gesprekken opleveren. Niet: ‘Heb je nog punten teruggekregen vandaag?’ maar ‘Waar hebben jullie het in de pauze over gehad?’ of ‘Wat is het grappigste dat je de afgelopen dagen op YouTube gezien hebt?’. Ongeacht het onderwerp zijn altijd twee dingen essentieel. Op de eerste plaats moeten vragen erop gericht zijn de ander te begrijpen. Elk antwoord lokt daarmee een nieuwe vraag uit. Hoe ging dat dan precies? Wat dacht je toen je dat hoorde? Wat hoop je dat er nu gebeurt? Je vervolgvragen kunnen ook gaan over de manier waarop iemand iets zegt. Oh, verkeerde vraag, zo te zien! Wat zou een betere vraag zijn? Te vaak reageren ouders te snel op wat er gezegd wordt met hun eigen mening, of nog erger: met het zoveelste advies. En dan ben je zo weer terug bij het eenrichtingsverkeer dat pubers al veel te goed kennen. Op de tweede plaats moet jouw lichaamstaal je vragen ondersteunen. Een echt gesprek voelt als een echt gesprek, niet als een interview. Het werkt alleen als je ook wil weten wat je puber drijft, waar hij mee bezig is, wat hij belangrijk vindt. Voor mij gaat er niets boven, gewoon kletsen met je kind.