Berichten

,

Een motivatieprobleem = een motivatieprobleem, of toch niet?

In de top drie van wanhoopskreten van ouders van pubers staat al sinds jaar en dag deze: waarom gaat mijn kind nou niet gewoon aan het werk!?

Ik hoor hem op school, ik hoor hem van vriendinnen en ik hoor hem wel eens uit mijn eigen mond komen. Het is ook bijna niet te doen, als ouder: steeds weer zien hoe je kind NIET doet wat juist een heel goed idee zou zijn, volgens jou. Direct na school aan de slag gaan met het huiswerk, bijvoorbeeld, of af en toe kijken wat er volgende week op het programma staat en daar dan een conclusie aan verbinden. Dat je misschien even moet wachten met het nieuwe seizoen van Suits, of zo.

Het ligt ook zo voor de hand om dan te zeggen dat je kind niet gemotiveerd is, want als er iemand een gebrek aan motivatie uitstraalt is het wel je favoriete bankhanger, toch? Nou…zo simpel is het niet. Iets wat er uitziet als een gebrek aan motivatie kan uiteenlopende oorzaken hebben, waarvan sommige makkelijker te herleiden zijn dan andere. Wat de meeste mensen bedoelen als ze het hebben over hun ongemotiveerde kind is dat hun kind niet of te weinig uit zichzelf in beweging komt, geen lol beleeft aan leren en onder zijn niveau presteert. Het onderstaande lijstje komt uit het boek Onderpresteren (Saskia Bruyn en Monique Schaminée) en geeft mogelijke andere oorzaken voor wat we zien:

Verschijnsel 1 Chaotisch gedrag – Mogelijke oorzaak: puberbrein

De prefrontale cortex, verantwoordelijk voor impulsbeheersing en planmatig handelen, is nog niet optimaal ontwikkeld. Het is dus voor een puber veel lastiger dan voor ons om zich aan gestelde doelen te houden, zelfs als ze die doelen wel belangrijk vinden. Daardoor verliest doelmatig handelen het van kortetermijnwinst, dus liever even naar het nieuwste YouTube filmpje kijken dan braaf woordjes herhalen.

Verschijnsel 2 Toont geen studievaardigheden – Mogelijke oorzaak: studievaardigheden ontbreken of worden niet ingezet.

Misschien heeft je kind deze vaardigheden nooit nodig gehad, omdat ze probleemloos door de basisschool zijn gefietst, en ze dus niet hebben leren leren. Sommige kinderen (zoals kinderen met autisme, ADD, ADHD) hebben van nature meer moeite met executieve functies. Maar het kan ook zijn dat je kind de vaardigheden best beheerst, maar ze niet gebruikt omdat hij de noodzaak nog niet gevoeld heeft.

Verschijnsel 3 Startprobleem/uitstelgedrag – Mogelijke oorzaak: faalangst

Sommige kinderen die niet aan het werk gaan, doen dat niet omdat ze niet willen, maar omdat ze bang zijn te falen. Dit kan allerlei redenen hebben: slechte ervaringen in het verleden, druk van thuis, maar ook minder voor de hand liggende redenen.

Verschijnsel 4 Slakkengang – Mogelijke oorzaak: perfectionisme

Deze kinderen verliezen zich vaak in voorbereiding of details, maken prachtige schema’s of samenvattingen, maar zijn te laat met het uiteindelijke werkstuk. Hebben wel de capaciteiten maar hebben toch vaak de toets niet af. Bang niet aan hun eigen hoge eisen te voldoen, doen ze liever iets niet dat iets niet goed.

Verschijnsel 5 Kan niets zelf – Mogelijke oorzaak: aangeleerde hulpeloosheid

Kinderen kunnen geleerd hebben dat ze het zonder hulp niet kunnen. Doordat ze, door allerlei goede bedoelingen, altijd geholpen, ondersteund en begeleid zijn door hun ouders. Doordat ze hulp of bijles hebben gehad en doordat er bij elke frustratie iemand was om het probleem mee op te lossen. Deze kinderen hebben nooit geleerd zelfstandig met tegenslag om te gaan en te vertrouwen op hun eigen kunnen.

Verschijnsel 6 Nergens zin in – Mogelijke oorzaak: depressie

Er kan een duidelijk aanwijsbare oorzaak zijn voor een gebrek aan motivatie dat niet alleen school betreft: liefdesverdriet, ruzie thuis of met vrienden, grote veranderingen in de thuissituatie. Dan ligt de focus op het verwerken van iets anders. Duurt het heel lang of is de oorzaak onduidelijk, dan kan er ook sprake zijn van een depressie.

De achterliggende oorzaak voor de slechte werkhouding bepaalt wat een kind van je nodig heeft. In het eerste geval positieve procesbegeleiding om te leren werken aan concrete, haalbare doelen. In het tweede geval praktische tips over plannen, samenvatten of uit je hoofd leren. In de overige vier gevallen begrip en een luisterend oor, om te beginnen. Maar dan moet je wel eerst weten waar bij jouw kind de schoen wringt.

Dus: een kind dat zuchtend op de bank hangt met zijn telefoon kan om heel verschillende redenen op die bank terecht gekomen zijn. Om te achterhalen wat bij jouw kind de reden is voor zijn gedrag heb je twee dingen nodig: een goede verstandhouding, zodat gedachten en gevoelens besproken kunnen worden, en oog voor de manier waarop je kind leert en keuzes maakt. En dit in de levensfase dat veel kinderen liever minder met hun ouders delen dan méér en al snel vinden dat je je te veel met ze bemoeit. Inderdaad: een uitdaging!

Gedrag is een taal. Het vertelt ons iets. Dat vind ik zelf altijd een goeie om te onthouden. Als je kind niet aan het schoolwerk wil beginnen, heeft hij of zij daar een reden voor. Want gedrag is niet alleen een taal, het heeft ook een functie. We doen alleen maar dingen die iets opleveren. Dat geldt ook als we ons ‘niet kunnen vóórstellen wat je in hemelsnaam zou kunnen opschieten met de hele dag wezenloos naar dat ding kijken!’ Soms, bij een rechttoe-rechtaan-gevalletje-geen-motivatie vermijdt een kind alleen maar het gevoel van verveling dat bij (noem eens wat) scheikunde hoort. Als je kind ‘gewoon’ geen zin heeft, omdat veel tieners met name geïnteresseerd zijn in zaken die niet in boeken staan, dan spreek je regels af en stel je grenzen en geef je eindeloos aan wat er al goed gaat. Dan herhaal je drie jaar lang dat iedereen soms mét verveling aan de slag moet, omdat sommige dingen nou eenmaal belangrijk zijn. Dat is niet leuk, maar dat heet opvoeden en op een gegeven moment snappen ze hoe het werkt.

Maar er kan dus ook iets anders aan de hand zijn. Het kan ook zijn dat je kind zijn huiswerk blijft uitstellen of bij het minste of geringste opgeeft omdat er iets anders in de weg zit. Misschien wordt je kind tijdens het leren overvallen door twijfel over zijn capaciteiten of paniek over de onoverzichtelijke hoeveelheid werk. Misschien weet je puber alleen maar dat hij heel snel van die angst en stress af wil, en grijpt hij elke afleiding dankbaar aan om weg te gaan bij dat gevoel. En misschien gebeurt dat grotendeels onbewust. In dat geval is het eindeloze gescroll op de telefoon zijn wapen tegen gevoelens waar hij zich geen raad mee weet. En met jouw aansporingen om aan de slag te gaan of jouw gemopper over het uitstelgedrag sla je hem misschien zijn wapen uit de hand zonder zicht te hebben op zijn strijd.

Neem daarom niet te snel aan dat de verveelde houding sowieso op verveling duidt en dat je kind geholpen is met een verbale schop onder zijn gat, een aai over zijn bol of een door jou gemaakte planning. Stel vragen en laat veel ruimte voor antwoorden. Toon begrip als je kind dingen anders ervaart dan jij zou doen. Probeer je een beeld te vormen van wat je kind je vertelt met zijn gedrag. Laat zien dat je het echt wil begrijpen. Het actieplan komt pas daarna.

Opvoeden en opgroeien, ze vallen allebei af en toe niet mee. Gelukkig doen we het samen.

Oké, ouders…even terug!

Opvoeden met compassie

Ouders van pubers met motivatieproblemen, hier komt een peptalk! Vind je het lastig om dag in dag uit positief te blijven reageren op zuchtende bankhangers? Krijg je het vaak niet voor elkaar om zonder irritatie in je stem te informeren naar huiswerk of schoolprestaties? You are not alone! Je zult zeggen dat je niet snapt waarom je kind niet aan het werk gaat. Het is niet dat je puber het belang van een goede werkhouding niet begrijpt (hij wil toch ook over!). Ook niet dat hij iets beters te doen heeft met z’n tijd (kom op, zijn telefoon?!). Hij wil gewoon niet en je bent het gevecht met die houding meer dan beu.

In theorie is het allemaal goed te verklaren. Het puberbrein is nog onvoldoende ontwikkeld. Juist het stukje dat verantwoordelijk is voor doelmatig handelen, de prefrontale cortex, werkt nog niet optimaal. Dus ze maken misschien wel een planning, maar houden zich er vervolgens niet aan. Ze kiezen voor bevrediging op korte termijn (het zoveelste YouTube-filmpje) en niet voor de slimste route naar dat diploma over een paar jaar. Dus ja, wij moeten als ouders een stukje prefrontale cortex zijn voor onze oogappels. Prima, zul je zeggen. Ik ben tenslotte al zoekmachine, logistiek manager, dominee en wasvrouw, dus dat kan er ook nog wel bij. Maar o wat vermoeiend soms.

Wat helpt is ‘de milde blik’. Het haalt de irritatie eraf. Wat bedoel ik daarmee? Gewoon, kijk eerst even naar jezelf en zie dat wat voor jou geldt, waarschijnlijk ook voor je kind geldt. Vul voor jezelf deze zin aan: ‘ik zou eigenlijk….’ (vaker moeten sporten, anders moeten eten, meer quality time met mijn partner moeten doorbrengen, mijn laptop ’s avonds dicht moeten laten, etc.).  Bedenk even hoe vaak je je dit al voorgenomen hebt, en waarom het tot nu toe niet voor langere tijd achter elkaar gelukt is. En stel je dan voor hoe jij het zou vinden om op het moment dat je NIET aan het doen bent wat je je voorgenomen had, te horen ‘ik dacht dat jij zou gaan……!  Waarom zit je dan nu weer te……?!’ Er zijn niet veel mensen die dan enthousiast opspringen en roepen ‘Inderdaad! Fijn dat je me eraan herinnert, dank je! Ik ga meteen…….’ Grote kans dat je geïrriteerd reageert.

De meeste mensen kunnen wel een top 10 samenstellen van de dingen die ze belangrijk vinden in hun leven. Maar als ze vervolgens een lijstje maken van de dingen waaraan ze de meeste tijd besteden staat er toch vaak een ander lijstje. Weten wat je zou willen en het daadwerkelijk doen zijn twee verschillende dingen. ‘Life gets in the way’ zeggen ze dan. Mens zijn gooit roet in het eten. We hebben gedachten en gevoelens die ons in de weg zitten, waardoor we niet altijd doen wat goed voor ons is. Waardoor we maar weer kiezen voor wat we kennen, en wat het makkelijkst is. Waardoor we vermijden wat moeite kost, of eng is, of nieuw.

Dus? ‘Je kunt er niks aan doen, schat, want je bent een mens en ook nog eentje met een onvolgroeide prefrontale cortex dus blijf jij maar op die bank zitten’? Nee. Je doet wat je moet doen als ouders; je stimuleert, corrigeert, nodigt uit, begeleidt en knuffelt. Dat is makkelijker als je goed kunt blijven zien wie er tegenover je zit. Een kind (mogelijk vermomd als grote, boze vreemdeling) dat moet leren hoe de wereld werkt en hoe hijzelf in elkaar steekt. Jij gaat hem helpen dat te leren. Daarvoor hoef je maar twee dingen te onthouden:

Niet alles is wat het lijkt

Een bankhanger die maar blijft appen ondanks jouw aansporingen om iets te gaan doen, dan roept dat je niet zo chagrijnig moet doen als jij na een uur ontploft, om vervolgens vloekend de deur dicht te slaan is misschien brutaal, maar dat wil niet zeggen dat hij jou niet gehoord heeft of dat hij je niet serieus neemt of dat hij je zorg niet waardeert. Waarschijnlijk vindt hij het zelf ook niet leuk dat het niet lukt om aan de slag te gaan en maakt jouw irritatie en teleurgestelde blik het niet beter. Hij is niet ongemotiveerd om jou dwars te zitten. Het wil niet zeggen dat hij niet begrijpt wat je belangrijk vindt. Er kunnen allerlei redenen zijn om werk uit te stellen. Misschien confronteert het hem met iets dat hij liever mijdt. Het huiswerk kan je kind onzeker maken omdat hij er niet goed in is, of wanhopig omdat de hoeveelheid niet te overzien is. De kans is groot dat je kind zich zelf niet bewust is van wat er in de weg staat. Wil je hem helpen daar achter te komen, dan zul je moeten stoppen met duwen en trekken. Doe een stapje terug. Leun een tijdje achterover en stel af en toe een goede vraag. (voor concrete tips, klik hier.)

Jullie zitten in hetzelfde team

Toen mijn zoon 1,5 was kon ik de kamer geen seconde verlaten of de aarde uit alle plantenpotten lag verspreid over de vloer. Vervelend, maar ik zag hem niet als een onmogelijk kind dat mij tot wanhoop dreef. Ik bleef hem rustig en duidelijk uitleggen dat het niet mocht en liet het hem opruimen (nou ja, 1,5 hè..?). En dan vond ik hem nog even lief. Die houding, zoals je een jong kind opvoedt, heb je nu ook nodig. Er zijn geen twee partijen, met één kamp dat weet hoe het moet en alles goed bedoelt en één kamp dat niks wil en zijn eigen toekomst saboteert. Er is een kind dat heel veel tegelijk voor het eerst voelt en van alles moet. En een ouder die dit snapt, het kind begeleidt en vertrouwen uitstraalt. In hem of haar en in de toekomst. Dat bedoel ik met de milde blik.

Trouwens, die mildheid heb je zéker ook nodig om naar jezelf te kijken. Want ook als je supergemotiveerd bent om je deze basishouding eigen te maken en een Zen-ouder te worden zul je nog best eens uit de bocht vliegen. Mooie gelegenheid voor je puber om te zien wat jij doet als iets mislukt en hoe je een nieuwe start maakt. Practise what you preach en zo 🙂