Berichten

,

Eén portie pijn en pech, alstublieft!

Newsflash: het leven is niet maakbaar. Bij een normaal leven hoort af en toe een tegenvaller, een dip, of soms zelfs iets wat heel veel pijn doet. Ik spreek regelmatig jongeren die niet lekker in hun vel zitten. Soms beginnen ze te vertellen en kost het me moeite niet over de tafel te springen om ze een dikke knuffel te geven. Wat kinderen af en toe moeten meemaken is niet mis. Maar even vaak hoor ik het aan en denk ik: wat jij nu beschrijft, dat heet gewoon leven. Met ups en met downs, daar word je een compleet mens van. Waar hebben onze kinderen het idee vandaan dat er iets mis met je is als je even niet helemaal happy bent?

 

Van ons, denk ik. Als ze ‘maar’ gelukkig zijn, toch? Alsof dat niet zo veel gevraagd is, permanent gelukkige kinderen. We doen alles voor ze, helpen waar we kunnen, staan joelend aan de zijlijn van hun leven, en het enige wat we terugvragen is dat ze lekker meedoen met de rest en…gelukkig zijn. En van social media, waar we allemaal alleen maar laten zien hoe fantastisch ons leven is, en hoe knap en succesvol we zijn, de klok rond gezond etend, sportend, genietend van ons leven, verliefd op onszelf en onze naasten #lovemylife.

 

De boodschap is ‘het is er niet’ of ‘we pakken het aan, en dan is het er niet meer’.

 

Ik hoor keer op keer twee dingen: je mag je niet rot voelen en als het toch zo is mag je het niet laten merken. Je mag je niet rot voelen. Dat is blijkbaar wat we onze kinderen leren. Of nou ja, het mág wel, maar dan moeten we er wel meteen iets aan dóen. Wij als ouders (ik hoor daar bij) verdragen niet dat onze kinderen verdrietig, boos of bang zijn. We schrikken daar van. We willen het niet zien. Dus óf: ‘Stel je niet aan. Schouders eronder!’ of we trekken ten strijde: naar de hockeycoach voor een plek in een ander team, naar de juf voor een andere plaats in de klas of een ander advies, naar ouders van klasgenoten voor overleg over een verloren vriendschap. Of linea recta naar de huisarts voor een verwijzing naar een psycholoog. De boodschap is ‘het is er niet’ of ‘we pakken het aan, en dan is het er niet meer’. Ik pleit voor iets anders. Ik wil dat we onze kinderen leren dat verdriet, pijn en angst bij het leven horen. Dat het niet slecht met je gaat als je je een tijdje slecht voelt. Dat alle mensen, iedereen die ze elke dag thuis en op school zien, twijfel, onzekerheid en frustratie kennen. Het is supernormaal. Je kunt er best over praten, het lucht vaak op maar het lost niet alles op. En dat hoeft ook niet.

 

Begrijp me goed, ik ben zeker niet tegen hulp vragen of bieden. Ik ben blij als iemand door mijn steuntje in de rug lichter de deur uit gaat. Jongeren die zich verontschuldigen voor hun gevoel (en dat doen ze! ‘Ik weet wel dat andere mensen veel ergere dingen hebben..’) zeg ik altijd dat er geen weegschaal bestaat die pijn weegt en zegt of jouw verdriet groot genoeg is om te komen. Jij hebt er last van en je wil je anders voelen. Het vergt moed om dat te durven zeggen. Wel hoop ik voor de toekomst dat mensen, jonge mensen voorop, leren open te zijn over wat ze dwars zit en wat zwaar weegt. Op de eerste plaats tegen zichzelf. Dat ze begrip en herkenning vinden als ze erover praten. En vooral: dat degenen met wie ze hun gevoelens delen hun vertrouwen uitspreken, zodat ze ook zelf gaan geloven dat ze om kunnen gaan met wat op hun pad komt. Of het nou een echtscheiding, het verlies van een dierbare, een gebroken hart of ‘gewoon’ de puberteit is, de meeste mensen kunnen veel aan als hun pijn er mag zijn en ze de tijd krijgen om even te worstelen.

 

Met behulp van Acceptance and Commitment Training en mindfulness probeer ik in mijn praktijk en op de school waar ik werk zoveel mogelijk jongeren te leren dat je niet op de vlucht hoeft te slaan voor je eigen binnenwereld. In plaats daarvan kun je rustig op weg naar je toekomst, binnenwereld en al. Zoeken mag, en af en toe struikelen ook. Gewoon steeds een stap.

 

Tja, en thuis…probeer ik mijn zoekende kinderen dit ook te leren door te laten zien dat ik me soms ook liever onder een dekbed verstop en ontspannen te reageren als ze zich een tijdje zichtbaar rot voelen. Dat eerste lukt al heel goed.

 

 

Meer weten over ACT? Klik hier of neem contact op.

 

,

ACT en de moeder die het goed bedoelde

Ik ben fan van ACT. ACT, Acceptance and Commitment Therapy, is een variant van cognitieve gedragstherapie die mensen leert hun negatieve gedachten en gevoelens toe te laten, zonder hun gedrag er door te laten bepalen. Met andere woorden, je kunt iets eng vinden en het toch doen. Je kunt richting geven aan je eigen leven, al piept een onzeker stemmetje in je hoofd ‘dit lukt nooit! Ze vinden je vast raar!’.

 

Onderstaand verhaaltje gebruik ik wel eens als ik met jongeren praat over hun drukke hoofd dat ze onophoudelijk plaagt met allerlei gedachten over hoe ze zouden moeten zijn en doen. Mijn bedoeling met het verhaaltje is om jongeren te laten zien dat dat stemmetje niet de vijand is en niet bestreden hoeft te worden. We kennen het allemaal. Het is het stemmetje van een goedbedoelende, soms niet al te handige ‘adviseur’ die ons probeert te behoeden voor gevaar.

 

Er was eens een vrouw die zwanger was van een jongetje. Ze liep op straat te genieten van het mooie weer en het getrappel in haar buik toen ze opeens iets heel ergs zag gebeuren. Ze schrok verschrikkelijk en rende overstuur naar huis. In de maanden die volgden kon ze het voorval maar moeilijk loslaten. Ze dacht de hele tijd aan het baby’tje in haar buik. Als hem maar nooit zoiets zou overkomen! Ze nam zich voor er alles aan te doen om haar zoontje te beschermen. Het jongetje werd geboren en was een vrolijk kind. Hij woonde met zijn moeder in hun veilige huis en was gelukkig. Toen hij wat ouder werd wilde hij naar buiten. ‘Nee, dat kan niet’, zei zijn moeder, ‘je bent te klein’. Hij speelde vrolijk verder en werd groter. Er kwamen kinderen aan de deur om hem te vragen mee te spelen. Hij keek hoopvol naar zijn moeder. ‘Nee, dat kan niet’, zei ze, ‘buiten is het te gevaarlijk’. Het jongetje groeide op en zat soms voor het raam. ‘Hier binnen ben je veilig’, zei zijn moeder, ‘om naar buiten te gaan moet je veel groter en sterker zijn. Daar is het veel te gevaarlijk voor jou. Je bent niet sterk genoeg.’ Op een dag was de moeder van het jongetje boodschappen doen. Ze was vergeten de deur dicht te doen. Hij stond voor de open deur en keek naar buiten. Met bonkend hart sloot hij de deur en draaide hem op slot.

 

Wat vind je van de moeder? vraag ik de jongeren dan. Wat zou je tegen het jongetje willen zeggen? En: houdt de moeder van het jongetje? Werkt haar aanpak?

 

De antwoorden zijn altijd hetzelfde en helpen de houding te bepalen die ik ze graag help aannemen ten opzichte van hun eigen angsten en onzekerheden. De moeder bedoelt het goed, maar helpt het jongetje niet. Wat ze ook gezien heeft, de wereld is niet alleen maar slecht en iedereen gunt het jongetje ook een leven buiten.

 

Ieder van ons heeft dingen meegemaakt. Dingen waar we van schrokken of die ons verdrietig of onzeker maakten. Onze interne adviseur heeft dat allemaal gezien en probeert ons te beschermen door vergelijkbare situaties te vermijden. Dat pakt hij af en toe een beetje klunzig aan. Ben je ooit uitgelachen tijdens een spreekbeurt, dan roept onze adviseur zo gauw je in de klas een beurt krijgt al ‘ze gaan je uitlachen!’ Om je maar vast te waarschuwen voor wat er kan komen. Een onvoldoende gehaald terwijl je goed geleerd had? ‘Jij kunt geen wiskunde’. Om teleurstelling voor te zijn. Heb je ooit een steek van jaloezie gevoeld omdat iedereen lachte om een grappige klasgenoot? Dan roept de adviseur de hele dag ‘zeg ‘ns wat! Doe ‘ns wat leuker!’ Zo probeert hij ons te helpen. ‘Je moet meer zus! Je moet zeker nooit meer zo!’

 

Vaak is het helemaal niet duidelijk waarom hij roept wat hij roept. En dat doet er ook niet toe. Hij bedoelt het goed, zoals de moeder in het verhaaltje. Maar hij kletst een hoop onzin. Ik probeer de jongeren met wie ik werk, en mezelf (!) te leren dat je je adviseur af en toe vriendelijk kunt bedanken voor de tip, maar het advies mag negeren. Naar buiten, de wereld in.

 

 

ACT is positief, praktisch en op actie gericht. Dat maakt het heel geschikt voor jongeren. Wil je meer weten? Kijk dan hier of neem contact op.