Ouder

Mijn peettante overleed, kort na mijn vader, en zo zat ik te snel weer in een uitvaartdienst. Niet helemaal vooraan deze keer, maar op rij vijf of zes, achter mijn neven en nichten. Zelfs van de achterkant leken mijn drie oudste neven sprekend op elkaar; op hun kale koppen ontbrak alleen een stempel. Een andere neef, die ik niet meer gezien had sinds zijn communie, kwam ineens binnen met een grijze lok. En een achterneefje van wie ik heus wel wist dat hij bestond, maar van wie ik naast zijn naam niets wist, bleek twee koppen groter dan ik. De dienst was mooi, ik herkende mijn tante in de teksten en in haar kinderen en ik dacht aan mijn vader.

 

Na afloop bij de koffietafel praatten we bij, mijn neven en nichten, mijn zussen en ik. Het leek of we elkaar voor het eerst ontmoetten. De helft van ons zonder ouders, de anderen met zorgen: mijn vader was de jongste en met zijn nog levende broers en zus ging het niet goed. Het was zo overduidelijk, waar wij (ineens) stonden. Met aan de ene kant de generatie van mijn vader, broos en klein, en aan de andere kant onze kinderen, verlegen, knap, blakend van leven. Onze ronde in de estafette.

 

Ik vind het mooi dat in het Nederlands het woord ‘ouder’ de dubbele betekenis heeft die het heeft. Dat ouder worden (bijvoeglijk naamwoord) ook inhoudt dat je ouder wordt (zelfstandig naamwoord). Misschien niet letterlijk, als je geen kinderen krijgt, maar ook dan: je leert van het leven en als je je les geleerd hebt, dan geef je die door aan de volgende generatie. Dan geef je iets terug, in wat voor vorm dan ook. Door te leven op jouw manier laat je zien wat jij geleerd hebt over wat belangrijk is. Bij die koffietafel dachten we daar allemaal hetzelfde over. Familie doet ertoe. Iets van ons gedeelde stukje geschiedenis levend houden, als eerbetoon aan onze ouders of als houvast voor onszelf.

 

Misschien is het wel de tijd van het jaar, die maakt dat ik dit zo sterk voelde. Het einde van iets en het begin van iets anders. Het terugblikken en voornemens maken. Of het komt doordat ik voor het eerst kerstmis vier zonder ouders, maar met het vriendje van mijn dochter. Ik krijg een beetje de neiging om te roepen ‘Oké, ik vat ‘m hoor! Je hoeft het er niet zo dik bovenop te leggen! Ik word ouder, ik weet het!’ Maar ja, tegen wie?

 

Wat te doen? Je begint een nieuwe app-groep, met al je neven en nichten met wie je als kind nauwelijks contact had. En je plant een barbecue in de zomer, met alle kinderen erbij. Je denkt na over het stokje dat je wil doorgeven. En dan is het tijd voor champagne.

 

 

 

1 antwoord

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.