Te gast in je stiefgezin?

Ook na een huwelijk van 20 jaar zijn er dingen die ik niet deel met mijn man. Alles waar een nagelknipper of een scheermesje bij komt kijken doe ik in mijn eigen tijd, met de badkamerdeur dicht. Maar veel verder gaat mijn privacybehoefte niet en ik ben niet van de schone schijn. Mijn man en kinderen zien dagelijks ( in het weekend vaak de héle dag) mijn ‘before’-look. (Terzijde: al smeer ik er kwistig op los, mijn ‘after’ van nu haalt het niet bij mijn ‘before’ van 10 jaar geleden, tot zover het hele metamorfosegebeuren.) Ik zing en dans door hun gefrons heen als ik een goeie dag heb en klaag schaamteloos als ik mezelf zielig vind. Ik ben, zeg maar, gewoon mezelf.

 

De vrijheid voelen om jezelf te zijn, in je eigen huis, in je eigen gezin, is een groot goed. Maar al lijkt het vanzelfsprekend, dat is het niet voor iedereen. In mijn werk met stiefouders hoor ik regelmatig hoe moeilijk het is om die vrijheid níet te ervaren. En om het dan ook nog te durven zeggen, zonder dat je partner meteen op de kast zit. Voor mensen die geen ervaring hebben met het leven in een samengesteld gezin helpt de volgende vergelijking misschien. Leven met stiefouders of -kinderen lijkt de eerste jaren vaak, zeker in de gezinnen waarin het ogenschijnlijk goed gaat, op een weekendje weg gaan met je ouders, broers en zussen, als iedereen al volwassen is en een eigen gezin heeft. Op samen kerst vieren, of zo. Iedereen wil het gezellig hebben, doet zijn best, maar is toch net een beetje minder ontspannen dan thuis. Patronen van vroeger zijn direct weer zichtbaar. Verschillen in opvoeding zijn soms pijnlijk duidelijk, of alleen maar onhandig. ‘Oh, mogen de kinderen wel van tafel tussen twee gangen door?’ ‘Moeten ze bij jou niet eerst opruimen voor ze iets anders gaan doen?’ ‘Nee, laat ze het nou zelf oplossen, dat kunnen ze heus wel!’. Ook als het een heel geslaagde dag is, of een fantastische midweek, ben je weer blij dat je gewoon met je eigen gezin en je eigen gedoe de auto in kruipt. Je best doen kost veel energie.

 

In de beginfase van een nieuw gezin doet iedereen, de nieuwe partners voorop, enorm zijn best. Je wil dat het slaagt, dat jullie een écht gezin worden, een happy family. Je steekt er tijd in, investeert je een ongeluk, en hoopt dat dan terug te zien in de onderlinge band. Soms duurt het best lang voor je gaat merken dat je niet voor niks je best zit te doen, dat er inderdaad voorzichtig iets groeit. Dat is niet zo raar. Twee gezinnen samenbrengen betekent dat alle gezinsleden op zoek moeten naar een nieuwe comfortzone. Alles wat altijd gewoon was wordt ineens opnieuw gewogen. Het is een menselijke neiging om je vast te klampen aan wat je kent als je geconfronteerd wordt met veranderingen (denk: Zwarte Piet). Je gooit niet zomaar je zekerheden overboord, en dus kost het moeite je open te stellen voor een nieuw ‘gewoon’. Water bij de wijn doen, je schouders ophalen over verschillen, misverstanden weglachen; dat alles vraagt om inzet. En als je niet merkt dat je inzet iets oplevert of zelfs maar gezien wordt, wordt het des te pittiger irritaties weg te slikken en begrip op te brengen voor gedrag dat je kwetst.

 

Veel stiefouders, misschien vrouwen nog meer dan mannen, zijn zo druk met investeren in hun nieuwe gezin dat ze zichzelf een beetje vergeten. Ik weet uit mijn eigen beginjaren dat ik zo bang was de kinderen -‘die er toch ook niet om gevraagd hadden dat ik er ineens ook woonde’- voor het hoofd te stoten dat ik me een gast in mijn eigen huis voelde als ze er waren. Bang om iemand in de weg te zitten of kostbare vader-zoontijd in te pikken. Een gastvrouw was ik ook, de hele tijd aan het bedenken hoe ik nog meer gezellig en leuk en lief kon doen. Op zondagavond, als ze terug gingen naar hun moeder, zei mijn man ‘Ging prima, toch?’ en was ik uitgeput. Niet meer op mijn tenen, gewoon mezelf. Mijn stiefzoons zijn nooit anders dan superlief geweest, hebben hun vader van meet af aan gul met mij gedeeld, en dan nog. Het kost tijd om je bij elkaar thuis te voelen.

 

Op het gevaar af dat ik aan geloofwaardigheid inboet net nu ik aan mijn tips wil beginnen, noem ik nu toch een persoonlijke heldin van mij, ‘mijn’ online-yogalerares Adriene Mishler (YouTube: YogaWithAdriene). Ik heb veel van haar geleerd dat mij op allerlei vlakken geholpen heeft. Ik zou bijna zeggen ’20 minutes of Adriene a day keeps the doctor away’. Vrienden horen mij waarschijnlijk net iets te vaak een zin beginnen met ‘Adriene zegt…’. Maar hoe dan ook, ik deel een uitspraak van haar die ik als ervaren stiefmoeder en begeleider van nieuwe gezinnen 100% onderschrijf: trust the process. Het duurt een tijd om elkaar te leren kennen. Al het zoeken en proberen en af en toe je hoofd stoten of op elkaars tenen trappen hoort bij het proces. Het doet wat nodig is; het aftasten zorgt dat jullie je vorm kunnen vinden. In deze fase geldt echt: als je de groei niet ziet wil dat niet zeggen dat er geen vooruitgang is. Het is lente, dus een metafoor over de tuin ligt voor de hand: het duurt een tijd voor de zaadjes die je plant een weelderige tuin opleveren, maar de uren in de tuin (water geven, bemesten, onkruid wieden) blijken dan niet voor niks te zijn geweest.

 

Vaak achteromkijken helpt om oog te houden voor wat je al gedaan hebt, wat je nu al méér weet van elkaar dan vorig jaar. Wat je nu al gedeeld hebt, moeilijk of niet. En tip 2: spreek je uit. Vertel wat jij moeilijk vindt en waar je blij van wordt. Deel het als het enigszins kan ook met de kinderen. Zo leer je elkaar kennen en is er aandacht voor het hierboven genoemde proces. Twee voorbeelden uit mijn praktijk van afgelopen week:

  • Een stiefouder vond het lastig dat zijn stiefkind ‘welterusten mam!’ tegen zijn moeder zei, hem, naast haar op de bank, daarmee negerend. Dat is ook moeilijk. Het doet pijn. Als het op zo’n moment (of de volgende ochtend) lukt om zonder te beschuldigen te zeggen hoe dat voelt, wat je graag zou willen en waarom dat belangrijk voor je is, levert dat veel meer op dan mopperen op je partner of jezelf voornemen niet langer je best te doen voor je stiefkind. Als het stiefkind daar niet positief op reageert, wil dat niet zeggen dat er bij hem of haar geen zaadje is geplant…
  • Een stel met een nieuw gezin kwam er, al ‘achteromkijkend’, achter dat ze inderdaad al best wat bereikt hadden en waren daar blij mee. Of ze dat ook gedeeld hadden met hun kinderen, vroeg ik? Nee, dat niet. Waarop ze besloten dat alsnog te doen, met een speciaal toetje of iets lekkers bij de koffie. Om te vieren dat ze samen onderweg waren en trots waren op wat er al was.

 

Zo zie je maar weer, soms is iets dat eruitziet als een nederlaag een enorme overwinning. Een dagje chagrijnig door het huis slonzen als stiefmoeder betekent dat je ook die kant van jezelf durft te laten zien. Vaarwel gastvrouw, hallo gewoon mens. Een flinke aanvaring met je stiefkind, met geschreeuw en tranen, maakt de weg vrij voor een gesprek over wat er dwars zit. Kom maar door met die emoties. Voor je het weet is je hele tuin groen.

 

 

 

 

,

Zonnige dagen in een nieuw gezin

Ik was een keer op vakantie in Italië, in Toscane, in de zomer. Het was bloedheet. Om van de camping bij de zee te komen moesten we twintig minuten lopen, één lang zandpad naar het strand. Heen ging nog wel, maar terug was de hel. De kinderen, allemaal onder de tien, klaagden over de hitte, over honger, over het zand, over wie wat moest dragen, enzovoort. Ik werd er gek van. Op een gegeven moment voerde ik de ‘Drie keer klagen is klaar’-regel in. Iedereen mocht tussen strand en camping drie keer klagen. Ik deed dan heel begripvol: ‘Nou, wat is het warm hè? Ik zie hoe je zweet! Hoe heet heb je het op een schaal van 1-10? Een 10?! Jeetje! Wil je even staan en uitpuffen?’. En door. Op een vierde keer zeuren werd niet gereageerd maar het dagelijkse ijsje was verspeeld. Tot mijn verbazing werkte dit supergoed. De kinderen kregen veel meer begrip dan voorheen, toen ik bij het eerste moppertje al begon met ‘We zijn er bijna / Piep niet zo / Geef die zwemband dan maar hier, maar hou op met zeuren’. En ik zág de kinderen hun mond openen en weer dicht doen, om het zeuren nog even te ‘bewaren’. Op het laatst werd het een soort sport. ‘Jongens, daar is de bocht naar de camping al. Jullie mogen nog ieder twee keer. Wie begint?’

 

Ik moet hier wel eens aan denken als ik in gesprek ben met een ouder en een stiefouder die behoefte hebben aan ondersteuning. Elk stel is anders, maar het volgende kom ik regelmatig tegen: ze zien dezelfde problemen, maar reageren er anders op. Stiefouders zijn geneigd vaker en krachtiger te benoemen wat er moeilijk is, in de hoop dat de ouder, die vanuit zijn of haar rol meer invloed op de situatie heeft, er iets aan doet. De ouder, door zijn of haar positie gericht op verbinding, wil niet altijd horen waar de nieuwe partner tegenaan loopt in de omgang met de stiefkinderen en de andere ouder. En kan daardoor soms te weinig begrip tonen voor de stiefouder. Die dan, inderdaad….méér gaat mopperen. Voor je het weet liggen de problemen onder een vergrootglas en groeit de afstand tussen de nieuwe partners.

 

In mijn voorbeeld zou je kunnen zeggen dat een stiefmoeder (oké, -ouder) in de rol van mijn kinderen zit. Veel stiefmoeders hebben het zwaar. Ze hebben last van de zon, het zand, de zwembanden. Van de spanning, het geploeter en de ladingen ‘geschiedenis/bagage’ die vaak horen bij een nieuw gezin. Als ze moeite hebben met de ex van hun partner willen ze niet horen ‘trek je er gewoon niks van aan / jij wilde toch met hem zijn, nou dan, dit hoort erbij / hou er maar over op, ik praat wel met haar’. Als het gedrag van hun stiefkinderen hen stoort, is een opmerking als ‘dat bedoelen ze niet zo / zo zijn kinderen op die leeftijd nou eenmaal’ niet helpend. Ze willen dat iemand echt luistert en hoort hoe moeilijk het is.

 

Maar de andere personen in mijn verhaal (mijn man en ik) hebben ook een punt. Als mijn kinderen na een gezellige middag aan het strand de hele terugweg zeuren, ben ik de leuke middag vergeten als ik chagrijnig op de camping aan kom. En ik heb het óók warm. Oftewel: een biologische ouder die zelf ook baalt van de situatie maar probeert niet de hele tijd te benoemen wat lastig is verliest de moed als de stiefouder dat wel continu doet.

 

Aandacht en begrip voor elkaars gevoelens is van wezenlijk belang

Welke les zit hier in? Bij strand hoort zand op je handdoek. Bij het hebben van een samengesteld gezin horen moeilijke dingen. Voor de biologische ouder, in een constante spagaat tussen kerngezin en nieuwe gezin, en voor de stiefouder, die evengoed op zoek is naar evenwicht. Aandacht en begrip voor elkaars gevoelens is van wezenlijk belang; in mijn ogen een voorwaarde om het samen te redden als nieuwe partners. Maar waar in een ‘gewoon’ gezin dagen al hectisch kunnen verlopen, is dat in een nieuw gezin zeker zo. Te allen tijden aandacht hebben voor ieders gevoelens is een mooi streven, maar door de dag heen lang niet altijd haalbaar. Er gebeurt iets, je doet of beslist iets, en het volgende dient zich aan. Als alles wat niet bevalt kenbaar wordt gemaakt door rollende ogen, half hoorbaar gemopper of juist een ontploffing is het snel gedaan met de sfeer. Van de andere kant, geen ruimte maken voor die gevoelens door alle vormen van commentaar meteen af te kappen, zoals ik eerst bij mijn klagende kinderen deed, werkt ook niet. Wat dan wel?

 

Spreek met elkaar af dat je tijd maakt voor elkaar aan het einde van de dag of het weekend. Plan momenten op te ventileren; om te mogen zeggen wat je voelt. Laat elkaar vertellen wat leuk was en wat moeilijk was. Luister goed en vraag door. Zorg er samen voor dat jullie gesprek niet verzandt in een klaagzang over de kinderen of de andere ouder, maar dat jullie praten over jullie; over wat er IN jullie leeft.

 

In het kort  : delen

Doel  : versterken van jullie partnerrelatie
Niet   : oplossingen aandragen, gedrag van anderen gaan uitleggen of vergoelijken
Wel    : begrip tonen, vragen stellen (Hoe was het voor je dat X dat zei? Wat deed het met jou toen dit of dat gebeurde? Voelde je je voldoende gesteund door mij? Wat zou op dat moment geholpen hebben?)

 

Door dit keer op keer te doen gaan jullie elkaar beter begrijpen en wordt jullie band sterker. Op een rustig moment bespreken wat jullie ervaren zorgt dat jullie door de dag heen af en toe over hobbels heen kunnen stappen zonder ze te benoemen. Het zand blijft zand en het pad blijft lang, maar zo lopen jullie samen en wordt het makkelijker op het goede spoor te blijven: zien wat goed gaat, meenemen wat lastig is, positief onderweg zijn.

 

Niet vergeten hoe mooi Toscane is. Blijven zien hoe blij jullie met elkaar zijn.

 

 

 

Herken je het bovenstaande en denk je dat het jullie zou helpen onder begeleiding te kijken naar hoe jullie communiceren en omgaan met knelpunten, neem dan vrijblijvend contact op.

 

Stiefouders en het sleutelprobleem

In mijn werk met stiefouders gaat het met enige regelmaat over sleutels. Niet zo gek, want de sleutel is een prachtig symbool voor iets dat in samengestelde gezinnen gevoelig ligt: toegang. Wie heeft toegang tot het gezin, en hoe, en wanneer?

 

Een groot verschil tussen samengestelde gezinnen en ‘gewone’ kerngezinnen is de gezinsstructuur. Een kerngezin heeft een gesloten structuur. Het gezin is een duidelijke eenheid, en niemand twijfelt eraan wie er wel of niet bij hoort. Papa, mama en de kinderen. Helder. Bij een samengesteld gezin ligt het anders. Er is niet één eenheid; er zijn een paar subgroepen die elkaar overlappen. In verreweg de meeste gevallen voelt het in ieder geval de eerste jaren zo. De omgangsregeling versterkt dit gevoel vaak, doordat bij veel gezinnen niet iedereen de hele week op dezelfde plek woont, waarmee de samenstelling van het gezin regelmatig verandert. En ex-partners? Horen zij als co-ouders ook bij het nieuwe gezin? De open structuur van het samengestelde gezin maakt dit een vraag die niet iedereen automatisch hetzelfde beantwoordt.

 

‘Ik wist niet wat ik zag!’ vertelde een stiefmoeder. ‘Ik kom met de kinderen uit school, hartstikke gezellig, staat ZIJ (de biologische moeder) in mijn keuken! Ze kwam de gymschoentjes brengen die de jongste vergeten was. Ze liep er rond alsof het de normaalste zaak van de wereld was, alsof ze er nog woonde! Ik boos, de kinderen in de war, weg sfeer!’ Een begrijpelijke reactie. De moeder was zich van geen kwaad bewust. Ze wilde de schoentjes afgeven, trof niemand thuis, en gebruikte haar sleutel om ze binnen te zetten. Ze vond de boze reactie van de stiefmoeder vreselijk overdreven. De stiefmoeder, op haar beurt, eiste die avond dat haar man de sleutel van zijn ex-vrouw terug vroeg. De man wilde zijn goede relatie met de moeder van de kinderen niet op het spel zetten en weigerde. Zo kwamen ze bij mij, allebei om te horen dat ze gelijk hadden. Mocht de moeder nou wel of niet een sleutel hebben?

 

De discussie over de sleutel maakt iets anders duidelijk. De man in dit voorbeeld maakt deel uit van alle subgroepen in zijn samengestelde gezin. Hij zit in een groepje met zijn nieuwe partner, in een groepje met zijn kinderen, en in een groepje met zijn oorspronkelijke gezin, waar ook zijn ex-partner bij hoort. Omdat hij in alle groepen zit, zullen de grenzen tussen de subgroepjes er voor hem niet veel toe doen. Hij voelt minder de noodzaak die grenzen te bewaken. Zijn uitdaging ligt in het combineren van de verschillende groepjes. Voor de stiefmoeder in dit voorbeeld, de nieuwe vriendin van de man en zelf kinderloos, is het een heel ander verhaal. Zij wordt regelmatig, of ze dat nou leuk vindt of niet, geconfronteerd met de ex-vrouw van haar partner. Als moeder van de kinderen heeft deze laatste altijd invloed op het reilen en zeilen in het nieuwe gezin. Door de omgangsregeling, de overlegmomenten, de verhalen van de kinderen. Hier moet ruimte voor zijn en het is aan de stiefouder om dat te leren accepteren. Ze moet de deur van haar gezin vaak, misschien letterlijk maar zeker figuurlijk, open zetten voor de andere ouder. De plotselinge confrontatie met de biologische moeder op een onverwacht moment, in haar eigen huis, was een beetje te veel van het goede.

 

Oké, maar hoe dan? De sleutelvraag heeft laten zien dat de stiefouder behoefte heeft aan afbakening. Elke stiefmoeder (en vader) voelt zich soms een buitenstaander. Dat voedt de behoefte om de eigen eenheid te beschermen tegen inmenging. Er moet voldoende tijd zijn voor haar subgroepjes. Voldoende momenten om met haar nieuwe partner in hun relatie te investeren, en voldoende momenten om te bouwen aan hun nieuwe gezin, zónder de andere ouder. Momenten waarop de stiefouder voelt dat zij met haar partner een gezin deelt, waarin ze beide een duidelijke rol hebben en samen beslissingen nemen. Momenten waarop de andere ouder er even niet is. Als de partnerrelatie en de band met de stiefkinderen sterker wordt en als de stiefouder merkt dat haar rol in het nieuwe gezin inhoud heeft gekregen, zijn praktische afspraken over het gebruik van een sleutel zo gemaakt.

 

Daarom:

  1. De eerste jaren in een samengesteld gezin zijn onrust en onzekerheid nooit ver weg. Heldere afspraken bieden dan houvast, voor alle betrokkenen. Zorg daarom dat het ouderschapsplan up-to-date is. De komst van een stiefouder betekent meestal dat het plan aangepast moet worden. Een stiefouder heeft een stem in alle afspraken die van invloed zijn op zijn of haar tijd en ruimte.
  2. Gevoelens zijn er niet voor niks; ze leren ons wat nog eng of moeilijk is. Neem je gevoelens serieus en bedenk wat je nodig hebt. Word jij boos als de andere ouder plotseling in je keuken staat, sta dan stil bij wat er speelt. Heb je het idee de regie over je eigen leven kwijt te zijn? Word je onzeker als hij/zij er is, omdat je niet weet hoe je dan tegen de kinderen moet doen? Bespreek met je partner welke afspraken dit voor jou kunnen verbeteren. De sleutel laten inleveren zou voor jullie de oplossing kunnen zijn, maar het is meestal niet afdoende. Praat ook over wat je voelt en nodig hebt van elkaar.

 

Het stel uit het voorbeeld koos er voor de sleutel terug te vragen aan de moeder van de kinderen. Ze legden aan haar uit dat ze wilden dat de kinderen leerden dat wonen in twee huizen ook verantwoordelijkheden met zich meebrengt: van tevoren bedenken wat je nodig hebt en die spulletjes meenemen. De stiefmoeder vertelde erbij dat ze het best moeilijk vond dat ze nu woonde in het huis waar haar partner eerder met zijn ex-vrouw woonde. Ze wilde dat haar huis echt als haar huis voelde en het terugvragen van de sleutel hoorde daarbij. Voor noodgevallen was er een sleutel bij de buren. De moeder vond het nog steeds een beetje overdreven, maar ze toonde toch begrip voor de gevoelens van de stiefmoeder. Met de vader van de kinderen maakte ze afspraken over kleding en spullen die ze in beide huizen wilden hebben, om het de kinderen wat makkelijker te maken.

 

 

Ik ben benieuwd: is dit een herkenbaar probleem? Hoe hebben jullie het geregeld? Laat een reactie achter om mee te praten.

 

Survivaltips voor de feestdagen

Bij mij valt het nog mee. Ik heb drie kinderen, twee stiefzoons met partners, een stiefmoeder, een alleenstaande hoogbejaarde schoonmoeder, een vader met Alzheimer, (een broer in het buitenland) en twee zussen, van wie één met een ex-man. Dus als ik op tijd vraag wat de plannen zijn van de ouders van mijn stiefschoondochters, mijn mans eerste vrouw, de kinderen van mijn stiefmoeder en de ex van mijn zus, hoef ik verder alleen nog maar met mijn zussen en zwagers te regelen wie wanneer opa opzoekt en oma ophaalt en het feest kan beginnen. Sommige mensen hebben een veel grotere logistieke uitdaging om mee te dealen in december. Die kunnen niet anders dan midden in de zomer het K-woord op tafel gooien. Hoe doen we het deze kerst?

Kerst is een tijd van gezellig samenzijn, een traditioneel familiefeest. Ay, there’s the rub, zou Shakespeare zeggen. Daar zit ‘m nou net het probleem. In veel moderne gezinnen is samen zijn met de feestdagen niet vanzelfsprekend. Familie klinkt als een duidelijke eenheid, maar is dat in de praktijk lang niet altijd. Heb je zelf een ‘fusiefamilie’, dan weet je waar ik het over heb. En lukt het je wel je extended family bij elkaar te krijgen tijdens kerst, dan blijkt misschien dat jullie lang niet allemaal hetzelfde verstaan onder ‘traditioneel’. De lat ligt hoog bij de gemiddelde stiefmoeder. Het huis moet er mooi uitzien, het eten moet lekker zijn, de sfeer moet goed zijn. Maar ja, wat nou als jouw stiefkinderen een heel ander beeld hebben bij een mooi versierde boom? Wat als ze alles wat jij kookt vies vinden? Wat nou als ze in pyjama komen ontbijten terwijl jij je hakken ’s morgens vroeg al aan hebt? Wat nou, kortom, als het plaatje in jouw hoofd helemaal niet op hun plaatje lijkt?

Ik gok: voelen dat jullie een thuis delen, bij elkaar zijn en daarvan genieten

Even ademhalen en terug naar de basis. Waar gaat het om tijdens de feestdagen? Wat is je doel?
Ik gok: voelen dat jullie een thuis delen, bij elkaar zijn en daarvan genieten. Toch?
De vorm is bijzaak. De datum ook. De kleding ook. De boom ook. Het eten ook.

Daarom mijn tips voor de feestdagen:

Plan, als het ontspannen kan

Plan op tijd wanneer jullie bij elkaar kunnen zijn. Lukt het niet, of levert het heel veel stress en strijd op, doe het dan niet. Geef toe. Gun je (stief)kinderen ouders die niet ruziën en vier jullie feest gewoon op 27 en 28 december. Of zo.

Vraag, spreek uit, doe gek

Bedenk hoe je verwacht dat de kerstdagen verlopen en hoe dat voor jou zal voelen. Ben je nu al bang dat je kinderen halverwege het diner van tafel willen? Erger je je bij voorbaat al aan je stiefkinderen die vast niet netjes zullen eten? Aan je man die niet uit zichzelf komt helpen? Ben je eigenlijk al ruim voor het einde van het jaar geïrriteerd en teleurgesteld omdat je verwacht dat je de feestdagen niet doorkomt zonder gedoe en gemopper? Laat dat plaatje in je hoofd los en vraag, spreek uit en doe gek.

  • Vraag wat iedereen lekker en gezellig vindt. Wat echt bij kerstmis hoort.
  • Spreek uit wat jij nodig hebt. Hulp, een bedankje, een complimentje voor het mooie huis, een dikke kus.
  • Doe gek. Mix alle antwoorden op de eerste vraag door elkaar. Maak een plaatpizza in de vorm van een kerstboom, laat de kinderen die opeten terwijl ze een Monopolymarathon houden of op de grond een kerstfilm kijken. Dek de tafel mooi voor wie daarvan geniet en serveer iets ingewikkelds voor wie dat waardeert. Vraag iedereen één activiteit te kiezen, en doe alles achter elkaar. Ook als dat betekent dat je een uur YouTube-video’s zit te kijken, moet gamen, of wat dan ook. Vul de dagen SAMEN in.

Inmiddels is het hier echt Huize Harmonie. Jaren geleden hebben we in goed overleg kerstavond geclaimd voor een etentje met alle kinderen plus aanhang. Dat betekent dat de helft van de puzzel die ik aan het begin schetste al permanent is opgelost. Voor het gemak valt 5 december bij ons ook op de 24e. Het is een rare, geweldige avond met een diner dat door 9 mensen bereid wordt, gedichten, spelletjes en veel lol. Twee jaar geleden hebben we zo hard gelachen bij een kaartspel dat de buren nieuwsgierig werden en vorig jaar was mijn puberzoon zo enthousiast over zijn eigen gedicht dat hij dit jaar al in oktober aan zijn volgende meesterwerk begonnen is. Ik ben benieuwd. Ik heb er zin in!

 

 

 

 

Mijn vakantie naar Madagascar

Beduusd, dat ben ik ervan. Het is een stom woord, en ik gebruik het normaalgesproken ook nooit, maar het dekt nu de lading. Ik ben helemaal beduusd na mijn vakantie. Ook al is het een persoonlijk verhaal, ik wil het hier toch graag vertellen. Omdat het laat zien hoe een samengesteld gezin ook na bijna twintig jaar nog een grote sprong kan maken en hoe wat je niet wil de meeste winst kan opleveren.

Het begon vorig jaar september. We zaten in de tuin met het hele gezin: mijn stiefzoons met hun vriendinnen, mijn man en ik en onze drie kinderen. Mijn man had net te horen gekregen dat hij genoemd werd in het testament van een pas overleden oom van hem, een naamgenoot met wie we nauwelijks contact gehad hadden. Wat Oom Herman zijn neef nagelaten had was nog niet bekend, maar het weerhield ons er niet van wat in de rondte te fantaseren. We hadden al een tijdje gespaard voor een reis met onze drie kinderen, en met een bijdrage van Oom Herman zou het moeten lukken voor de komende zomer iets moois te boeken. Canada? Peru? Of toch Zuid-Afrika? Mijn stiefzoons hadden met hun moeder al veel gereisd dus hielpen met het aanwakkeren van ons enthousiasme voor allerlei continenten. Plotseling stak de buurman zijn hoofd over de schutting: hadden we al wel eens aan Madagascar gedacht? Madagascar? Google bood uitkomst. Ja, Madagascar! Niet zo toeristisch, dus echt avontuurlijk, prachtige natuur, veel dieren, maar geen enge, en de mooiste stranden. Als dat toch eens zou kunnen! ‘En als Oom Herman nou heel gul blijkt te zijn geweest, gaan we met z’n allen!’ riep mijn man.

Twee weken later kregen we een telefoontje. Oom Herman bleek heel gul te zijn geweest. We moesten even bijkomen van de schok, maar toen was de beslissing zo genomen. We gingen het doen! We gingen iets doen wat we anders op geen enkele manier hadden kunnen waarmaken: een reis met z’n allen, met z’n negenen! Een investering in ons gezin, een gezamenlijke ervaring om een hele toekomst van te kunnen genieten. Drie weken met een bus dwars door Madagascar, alleen wij, met een gids en chauffeur. Het hele schooljaar vlogen de foto’s over de familie-appgroep: vreemde dieren die we zouden gaan zien, onwaarschijnlijk mooie plekken en dan dat paradijselijke eiland waar we zouden eindigen, met zicht op langszwemmende walvissen…

Een week voor vertrek werd de voorpret danig verstoord door een bekentenis van mijn stiefzoon. Hij had vliegangst, vroeger niet maar nu wel, en liep al maanden met maagklachten rond van de stress. Hij had niks willen zeggen, maar zo kort voor de reis was er geen ontkomen meer aan. Het zag er naar uit dat hij niet mee zou gaan, en het was nog maar de vraag wat zijn vriendin dan zou beslissen. Er werd gepraat, gebeld, geruzied ook een beetje, en alles werd uit de kast getrokken wat zou kunnen helpen. Zijn moeder probeerde op haar beurt ook om hem te stimuleren mee te gaan. Ik zag kanten van mijn stiefzoon die ik nog niet kende en mijn kinderen bekenden alle drie los van elkaar dat ze in een vergelijkbare situatie ook nooit hun mond open zouden doen. Het verstoppen van angsten en onzekerheden werd onderwerp van gesprek. Lang verhaal kort, hij ging mee. Een paniekaanval aan boord maakte op iedereen veel indruk, maar daarna leek het ergste leed geleden en kon de vakantie beginnen. Helaas bleken de koffers in Parijs achtergebleven te zijn. Dat vergde flexibiliteit van iedereen, maar zorgde ook meteen voor saamhorigheid en lol. We kochten wat voorhanden was, en zo liepen de mannen allemaal in dezelfde zwembroek, de dames in dezelfde bikini. Na vijf dagen konden we juichend onze bagage ontvangen. Toen werd iedereen ziek. Niet allemaal even erg, maar vervelend op zijn minst. Ieders stoelgang werd besproken en we hielpen elkaar onze grenzen te verleggen wat betreft onderweg ‘toiletteren’ (door onze gids eufemistisch ‘picking flowers’ genoemd) in de buitenlucht. Naast al dat ongemak zagen we de prachtigste dingen en raakten we met de dag meer onder de indruk van het land. Elke dag bood een nieuw landschap, alsof we drie continenten doorkruisten in plaats van één land. Na elke bocht in de weg een nieuw tafereel om nooit te vergeten, met de meest schrijnende armoede in de mooiste plaatjes. ‘I can’t…’ piepte mijn tienerdochter achter in de bus bij het zien van alle zwaaiende kinderen in hun kleurrijke kleding. Nou zegt ze dat het hele jaar door, ook bij foto’s van poesjes en knappe jongens, maar in dit geval deelde iedereen haar gevoel. Zo trokken we twee weken rond, door kale vlakten en regenwouden. Er was aandacht voor iedereen die niet lekker was en voor iedereen die moeite had met wat we zagen. We bekeken elkaars foto’s, deden spelletjes en maakten grappen. De sfeer in onze bus was geweldig.

Helaas werd ik steeds zieker en belandde uiteindelijk bij een dokter: malaria (ondanks alle voorzorgsmaatregelen) en tyfus. Ik schrok me rot. De vijf dagen die volgden in het ziekenhuis waren verschrikkelijk. Ik was heel ziek en doodsbang. De veiligheid van Nederland voelde eindeloos ver weg. Maar dan mijn gezin. Mijn oudste stiefzoon en zijn vriendin veranderden op slag in een soort regelcentrale; non-stop contact met de alarmcentrale, met de verzekering, met de reisorganisatie, om te overleggen met artsen over mijn behandeling, om de planning aan te passen en de mogelijkheden door te spreken. Mijn andere stiefzoon en zijn vriendin maakten het gezellig met de kinderen, zodat ze niet in paniek waren tijdens het wachten, maar ondanks alles toch een fijne week hadden. Mijn zoon hield het thuisfront geïnformeerd met dagelijkse updates over mijn situatie. Mijn man bleef bij mij en dat kon, omdat de kinderen het samen zo goed regelden en elkaar overeind hielden.

Nu ben ik weer thuis en onder de indruk. Het had heel anders en veel slechter af kunnen lopen. Dat besef is moeilijk. Onze droomreis had een verre van gedroomd einde. Maar al hadden we deze vorm nooit gekozen, mijn man en ik hebben met deze reis precies bereikt wat we wilden. Ons gezin voelt sterker dan ooit, voelt meer dan ooit als een eenheid. We hebben elkaar allemaal gezien toen we zwak en kwetsbaar waren, we zijn eerlijk geweest, we hebben gehuild en elkaar getroost. We zijn nog nooit zo samen geweest. Hier kunnen we een heel leven mee verder.

Ik gun niemand gezondheidsproblemen of tegenslag in welke vorm dan ook, maar deze ervaring heeft mij weer laten zien dat juist in moeilijke tijden duidelijk wordt wat voor moois je allemaal hebt, in de mensen om je heen. Geven en delen lijkt op de een of andere manier makkelijker als je samen in zwaar weer belandt. En dat maakt blijvend verschil. Het leek me misschien goed om nog eens te horen voor alle gezinnen, samengesteld of niet, die wel eens worstelen.

 

 

 

Vijf vakantietips, twee voor thuis en drie voor daar


De eerste keer dat ik met mijn kersverse echtgenoot en stiefzoons op vakantie ging, herinner ik me nog als de dag van gisteren. Ik kan de vakantie als volgt samenvatten: mijn man lag aan het zwembad een boek te lezen en ik zat daarnaast rechtop op mijn ligstoel aanmoedigingen en complimenten te roepen naar zijn jongens, die in het water kunstjes uithaalden. Ik was de hele dag aan het ‘investeren’ in mijn nieuwe gezin, als een onvermoeibare superstiefmoeder. Ondernemend, energiek, voor-alles-in, enzovoort. Omdat het vakantie was, deden we niet moeilijk over bedtijden, dus ik Yahtzeede door tot we allemaal tegelijk naar bed gingen. Aan het einde van de vakantie kon je me opvegen. Ik was verschrikkelijk aan vakantie toe.

Op vakantie gaan met je samengestelde gezin staat niet per se gelijk aan ontspannen en bijtanken. Je bent vaak veel langer bij elkaar dan anders en de vaste structuur van een normale schoolweek valt weg, waardoor jullie elke dag samen voor een invulling moeten zorgen. Hoe meer er open ligt, hoe meer ruimte voor discussie en botsende ideeën. Jij en je partner kunnen iets heel anders verstaan onder relaxen en hetzelfde geldt voor jullie kinderen. Zeker als er sprake is van een groot leeftijdsverschil. Wat te doen? Ik geef je vijf tips, twee voor thuis en drie voor daar:

Thuis:

1.    Wissel vooraf ervaringen uit

Bespreek met je partner hoe vakanties er in het verleden uitzagen. Wordt er geluierd of is iedereen gewend actief te zijn? Gelden de gebruikelijke regels over eten en bedtijden, of niet? Kleine dingen kunnen tot grote conflicten leiden, dus je kunt veel problemen vóór zijn door te weten wat er gaat komen. Wat gaan jullie doen met de tradities die voor de kinderen belangrijk zijn? Wee de stiefmoeder die de heilige ‘één-ijsje-per-dag’-regel klakkeloos afschaft.

2.    Kies bewust

Bekijk het praktisch. Zoek een bestemming waar de kinderen het leuk hebben. Ga dus niet met pubers op een natuurcamping met drie tenten, een ezel en twee geiten staan. Als de kinderen zich vermaken, is het voor jou en je partner ook veel gemakkelijker om tot rust te komen en van jullie gezin te genieten. Grotere kinderen kun je vooraf ook betrekken bij de keuze voor de bestemming.

Eenmaal op de plaats van bestemming, en het valt tegen? Houd je vast aan deze mantra’s:

 

3.    De vakantie is geen test en geen medicijn

Jullie gaan allemaal mee op vakantie, met de gedachten en gevoelens die jullie thuis ook hebben. Dus als het thuis soms lastig is, zal het dat op vakantie ook zijn. Misschien is het wel veel moeilijker, doordat je op elkaars lip zit. Hoe dan ook, de vakantie is gewoon één stap in het groeiproces van jullie gezin. Maak het niet groter dan dat.

4.    Samen genieten van je vakantie kan ook apart

Niet alleen stiefouders worden moe van constant met hun stiefkinderen bezig zijn, al zijn ze nog zo lief. Dat is andersom ook zo. Je hoeft niet (zoals ik vroeger) de hele dag met het hele gezin te zijn. Het is oké om af en toe alleen, of alleen met je eigen kinderen, iets te ondernemen. Aan het eind van de dag is het dan weer leuk om uit te wisselen wat iedereen gedaan heeft. Dus als het gegil bij de glijbanen je te veel wordt of je snakt naar een cultureel uitje, go! Neem de ruimte die jij nodig hebt om gezellig te blijven.

5.    Laat los!

Laat vooral veel los! Ideeën over hoe jullie gezin zou moeten zijn, over hoe de kinderen zich zouden moeten gedragen, over hoe jij je zou moeten voelen. Laat alle ‘zou moetens’ thuis, want die beperken je zicht op de stappen die jullie zetten. Verlaag de lat en vervang je kritische bril door een zonnebril. Zie het zo, alles wat jullie nu samen meemaken, óók die horrorfile en het noodweer, is een gezamenlijke ervaring en daarmee een stap vooruit.

Verwacht niet te veel en houd het klein. Koester alle mini-momentjes die de moeite waard zijn om te onthouden. Als ervaren Yahtzeeër zou ik kunnen zeggen: allemaal enen zijn ook 50 punten waard.

 

Imke De Graaf-van Rooij (1972) trok in 1998 halsoverkop in bij Herman en zijn twee zoons, destijds 9 en 11. Hun samengestelde gezin werd uitgebreid met nog drie kinderen, die inmiddels 13, 15 en 16 zijn. Imke werkt als docent en vertrouwenspersoon op een middelbare school en heeft een eigen praktijk voor contextuele therapie in Eindhoven. www.family-focus.nl

 

 

Stiefmoeders, balen mag best

In het begin van deze eeuw reden er nog veel mensen rond in een auto zonder airco, en zonder geïntegreerde videoschermen in de hoofdsteunen. Driejarigen konden nog niet swipen. Het was in die tijd dat het mij een goed idee leek met man, twee peuters en een baby de nacht door te rijden naar Italië. Zo zouden we files, hitte en vervelende toestanden op de achterbank vermijden en helemaal zen aan onze vakantie beginnen. ’s Ochtends vroeg waren we in Italië, op nog maar 200 km van onze bestemming. Toen begon de ellende. Over die laatste 200 km hebben we ruim 6 uur gedaan. Alles wat we ’s nachts vermeden hadden kregen we die ochtend alsnog, maal tien. Een hysterische baby kreeg al snel ook haar broer en zus mee. Drie oververhitte, plakkerige, brullende kinderen, een paniekerige moeder woest met haar armen naar achter maaiend om steeds weer op de tast de speen tussen de koekkruimels uit te vissen en een oververmoeide vader die tevergeefs probeerde zijn irritatie niet te laten zien. Met de ramen open, in een stilstaande file. Geen fraai plaatje. Eenmaal op de plaats van bestemming moest ik eerst een half uur flink huilen. Als toen iemand gezegd had ‘het gaat om de reis, niet om de bestemming’, had ik hem op zijn neus geslagen.

Kusje erop en klaar

Maar, zoals dat gaat, ook van nare dingen kun je iets leren. Al huilend in mijn vakantiehuis zei ik steeds ‘sorry’ tegen mijn man, tussen het gesnotter door. Want ik wilde een ander soort moeder en vrouw zijn en anders aan de vakantie beginnen. Ik had het gevoel dat ik met mijn reactie op de stress kritiek had op mijn man, of dat ik daarmee liet zien dat ik niet gelukkig was, of zoiets. In ieder geval dat ik zo iets zei wat ik niet wilde zeggen, en wat ik ook niet bedoelde. Gelukkig is mijn man niet iemand die op zoek gaat naar verborgen boodschappen. Hij zei gewoon ‘Volgende keer misschien niet meer ’s nachts rijden’, nam de kinderen mee naar buiten en liet mij even bijkomen. Kusje erop en klaar. Je kunt dus iets moeilijk of vervelend vinden zonder dat het méér betekent dan dat. Soms ben je precies waar je wil zijn, en vind je die plek toch heel zwaar.

‘Ik heb het zo gehad met deze file!’

Ik gooi er regelmatig graag een metafoor tegenaan. En bij stiefouders gebruik ik er wel eens een die geïnspireerd is op deze vakantieherinnering. Als je samen een nieuwe start maakt, dan zie je meestal uitsluitend voor je wat een eind in de toekomst ligt: een fijn gezin, iedereen bij elkaar, een gezellige eenheid. De weg daar naartoe is vaak lang. Iedereen moet elkaar leren kennen, leren omgaan met al die andere gewoontes. Niet alleen weten maar ook gaan voelen dat jullie bij elkaar horen, op de een of andere manier. Hoe, dat is zoeken, want er is geen voorbeeld. Elk samengesteld gezin is anders, dus je puzzelt altijd zonder het plaatje op de doos. In het boek Stiefouders en stiefkinderen ( J. Bray en J. Kelly, een aanrader trouwens) staat het volgende:

De eerste twee jaar worden in nagenoeg alle stiefgezinnen (óók de gezinnen die later gelukkig worden) gekenmerkt door veel stress, ontgoocheling, conflicten en verdeeldheid. Stiefouders voelen zich geïsoleerd, biologische ouders verscheurd, kinderen verward en angstig, en allemaal teleurgesteld.

Het lijkt misschien geen fijn citaat, maar toch haal ik het aan ter geruststelling. Dit is wat heel veel ouders in een nieuw gezin ervaren. Het betekent niet dat jullie iets fout doen, dat jullie er niet aan hadden moeten beginnen, of dat jullie niet bij elkaar passen. Het betekent alleen maar dat de puzzel moeilijk is. Elk stiefgezin maakt een ontwikkeling door, groeit langzaam terwijl het zijn vorm vindt. Deze verandering brengt steeds meer rust. De bestemming komt dichterbij. Om even terug te komen op de vakantiemetafoor: als het tegenzit, zijn jullie er nog niet. Het verkeer zit vast, of de omgeving is heel lelijk. Je kijkt naar buiten en je denkt ‘ik vind er hier geen klap aan’. Geeft niks. Zolang je maar zeker weet dat je met dezelfde persoon op vakantie wil en dat je met niemand anders in de file wil staan. Dan mag je balen en moe zijn en het niet meer zien zitten, en dat ook zeggen. Niet als een slachtoffer van de situatie, maar als iemand die bewust kiest iets te doen dat moeilijk blijkt. Je zegt dan eigenlijk: ik vind dit nu een verschrikkelijke rotreis, maar ik wil hem maken, met jou. Het is belangrijk dat laatste stukje regelmatig uit te spreken.

Wie moppert, wil erkenning

Stiefouders lopen vaak op hun tenen en hun partners hebben het niet makkelijker. ‘Ik baal er gewoon van dat ik nooit op de eerste plaats kom,’ vertelde een stiefmoeder me laatst.‘ Haar partner begon zich vervolgens te verdedigen. Het was toch logisch dat zijn kinderen op één stonden? Zo’n gesprek kan snel omslaan in ruzie. Het is herkenbaar voor de meesten van ons, denk ik: we verpakken onze onzekerheid of ons onvermogen in kritiek op een ander, of we horen een aanval waar iemand ongenoegen uit. Terwijl de stiefmoeder in kwestie helemaal niet wil horen dat ze wél boven zijn kinderen staat. Ze wil dat haar partner haar inzet ziet, misschien zelfs haar offer. Dat hij aandacht heeft voor de worsteling die bij haar positie hoort. Simpel gezegd: wie moppert, wil erkenning. Ook als de echte boodschap een beetje verstopt zit. De echte boodschap lijkt vaak op iets als ‘ik ben bang, ik weet niet of ik het kan. Doe ik het wel goed? Ben je er voor mij?’ In de startfase van een nieuw gezin gaat vaak heel veel aandacht naar het oplossen van steeds weer nieuwe conflicten, en steeds minder naar de gevoelens die ze oproepen. Alle chaos in een samengesteld gezin kan partners snel uit elkaar drijven. Dat maakt het essentieel om te blijven zien dat jullie een team zijn. Jullie hebben samen een bestemming gekozen en de reis stippelen jullie al doende uit, met z’n tweeën. Wat je onderweg ook tegenkomt. Als jullie gesprekken vooral gaan over hoe zwaar het allemaal is, is het goed om te benoemen dat je er bewust voor kiest om dit samen te doen. Elke keer weer. Pak elkaar vast na een moeilijk gesprek of een dag vol irritatie en zeg `Pff, dit was zeker het Ruhrgebied?! Stukje verder rijden maar?’

 

Een nieuw gezin? Je bagage bepaalt de kans van slagen

Twee jaar geleden gingen we in de herfstvakantie met het gezin in een huisje in Zeeland zitten. Niet in een park, maar midden in Middelburg in een woonwijk. Toen we met een stapel spelletjes naar de auto liepen gooide de buurvrouw er nog een doos bovenop: Take It Easy XXL. Een hit! Het regende de hele week. We hebben een keer over het stand gewandeld (waarna ik voor het leven genezen ben van het idee ‘lekker uitwaaien’ ) en zijn naar Neeltje Jans gegaan (kost een fortuin à la Efteling, maar heeft een…eh…héél andere uitwerking op kinderen). De rest van de tijd speelden we Take It Easy XXL, een hele week lang. Ik kan niet uitleggen hoe geweldig die week was. Iedereen wilde hetzelfde doen, niemand kreeg ruzie, de wereld was grauw maar wij zaten in een cocon van familieliefde. We waren een reclamespotje.

Take It Easy XXL mochten we houden, maar het virus was achtergebleven in Zeeland. To the point. Onze vakantie was een groot succes, ondanks het weer en de tegenvallende uitstapjes. We hadden er goed aan gedaan spelletjes mee te nemen en vooral veel geluk gehad (Take It Easy XXL). Wie een leuke vakantie wil hebben, moet óf positief en flexibel zijn, óf goed voorbereid. Allebei is nog beter. Als je weet waar je naar toe gaat kun je vast kijken wat er in de omgeving te doen is, zodat je een plan B hebt als het weer tegenvalt. Als je op de gok naar Schiphol vertrekt voor de eerste de beste last-minute aanbieding is het slim naast je bikini ook je thermo ondergoed in te pakken. Bergschoenen? Snorkelset? Klamboe? Anders kun je hopen op veel geluk of wachten op problemen.

Wie van twee gezinnen een nieuwe eenheid wil maken gaat niet op vakantie. Het lijkt meer op beginnen aan een nieuwe baan. Je droombaan, misschien. Een fantastische uitdaging waar je zin in hebt, die helemaal bij je past, waar je 100% voor wil gaan, met geweldige carrièreperspectieven en zo. Maar het wordt wel hard werken! Toch lijkt het ook een beetje op die vakantie. Je verheugt je erop, je stelt je er van alles bij voor. In die voorstelling is er altijd plaats bij het zwembad. Het is prachtig weer, niemand krijgt buikgriep en de kinderen ontmoeten meteen nieuwe vriendjes. In het echt loopt het soms anders. Waar het om gaat is dat je weet wat voor soort vakantie je geboekt hebt.

Als een kerngezin Ibiza is, is een samengesteld gezin de Ardennen. Op Ibiza zal het vast wel eens regenen (ben er nooit geweest), maar meestal is het mooi weer. Er zijn een paar grote pluspunten waar je op kunt vertrouwen. Ibiza’s zon, zee, strand is de vanzelfsprekende liefde tussen beide ouders en hun kinderen in een kerngezin, hun gedeelde start als gezin en hun vertrouwde regels en gebruiken. In de Ardennen is het allemaal wat minder duidelijk wat je krijgt. Misschien zon, misschien regen. Je kunt niet zo ver vooruit kijken in die bossen en overal zijn heuvels. Als je er op gekleed bent, kun je er fantastisch wandelen, fietsen en kanoën. Kamperen bij een boer, zwemmen in de rivier, marshmallows roosteren. Super vakantie! Als je weet dat je niet naar Ibiza gaat maar in plaats daarvan gaat survivallen in de Ardennen neem je stevige schoenen en een regenjas mee. Je stelt je in op een nat pak af en toe en je weet dat kinderen kanoën altijd eerder beu zijn dan ze vooraf denken, maar mopperen mag ook best een keer en achteraf zijn jullie trots op de lange tocht. Als je weet dat je niet naar Ibiza gaat verwacht je geen strand te zien en ben je extra blij met elke zonnige dag.

Een samengesteld gezin is niet hetzelfde als een ‘gewoon’ gezin. Als je denkt van wel, valt het tegen. Dan zit je in je bikini in de Ardennen. Als je weet waar je aan begint, maakt dat alle verschil. Dan kun je wel een buitje hebben.

 

Sneeuwwitje 2.0

Het lieve meisje en de goede stiefmoeder

Er was eens een gezin. Een meisje, een man en een vrouw. Toen ging de vrouw dood. Het meisje en de man waren verdrietig, boos en bang. Ze waren alles tegelijk. Er ging een moeilijk jaar voorbij en de man ontmoette een nieuwe vrouw. Ze werden heel erg verliefd. De vrouw dacht: ‘Ik hou zo veel van deze man, ik hou vast ook van zijn dochter. Ik wil niets liever dan een goede stiefmoeder voor haar zijn’.  Ze begon enthousiast te zorgen en gaf aandacht, liefde en complimentjes. Ze verzon leuke dingen om samen te doen en stond altijd voor het meisje klaar. Maar het lieve meisje reageerde niet zo lief. Soms was ze best aardig, soms was ze een beetje bot, maar meestal zei ze niet zoveel. De goede stiefmoeder raadpleegde haar toverspiegel en vroeg: ‘Spiegeltje, spiegeltje, aan de wand, hoe krijgen zij en ik een band?’ De spiegel antwoordde: ‘Wees lief voor haar, maar dring niet aan, dan zal het langzaam beter gaan.’ De goede stiefmoeder zuchtte een keer. Ze was al lief geweest en ze had niet zoveel tijd; ze wilde heel snel een gelukkig gezin zijn. Maar ze ging dapper door. Ze deed verschrikkelijk haar best. Ze maakte veel tijd vrij voor het meisje en liep over van belangstelling voor haar. Toch voelde het vaak net of het allemaal niets uitmaakte. Als de man ook thuis was, voelde de goede stiefmoeder zich overbodig. De man en het meisje hadden het samen heel gezellig. Dat deed haar pijn. Ze probeerde er met de man over te praten, maar hij begreep haar niet zo goed. Hij vond het meisje heel lief en had op haar gedrag niets aan te merken. De goede stiefmoeder vroeg haar spiegel om raad: ‘Spiegeltje, spiegeltje, aan de wand, hoe krijg ik haar vader aan mijn kant?’ De spiegel zei: ‘Mijd de strijd en geef het tijd. Wie dwingt tot kiezen zal verliezen.’ De goede stiefmoeder trok een lelijk gezicht naar de spiegel en mopperde: ‘Oké, ik zeg al niks meer!’ Ze besloot haar ergernis in te slikken en haar beste beentje voor te zetten. Het werd wel moeilijker om vol te houden. Ze vond het lastig dat haar stiefdochter haar inzet niet leek te waarderen. Ze wilde zo graag van het meisje houden, maar het meisje niet van haar. Van binnen deed ze een paar deurtjes dicht. Dan hield ze haar liefde wel zelf. Ze zei niks tegen de man, want hij was dol op het meisje. En ze hoopte dat hij zelf zou zien hoe ongelukkig ze geworden was. Toen dat even duurde, deed ze nog een deurtje dicht. Ze voelde zich heel alleen en onbegrepen. Omdat ze niets anders kon verzinnen, vroeg ze de spiegel nog een keer om hulp: ‘Spiegeltje, spiegeltje, aan de wand, hier zit ik zonder bloedverwant, ik sta als eenling aan de kant, hoe voorkom ik dat dit bootje strandt?’ De spiegel bleef lang stil. Zo lang, dat de goede stiefmoeder de hoop al bijna had opgegeven. Toen begon de spiegel te praten:

‘Heb geduld, slechts langzaamaan

Kan een nieuw gezin ontstaan

Gun de dochter van je man

Een papa die weer lachen kan

Wacht liefdevol, niet te dichtbij

Tot ze zelf kiest: je hoort erbij

Praat over dromen en verdriet

Schuw moeilijke gesprekken niet

Een nieuwe route, zonder kaart

Je vindt hem samen, met elkaar’

De goede stiefmoeder moest er even van bijkomen. Ze had liever wat eenvoudiger advies gekregen. Maar ze kon nu wel verder. Als de man en het meisje samen lachten, werd ze niet meer jaloers. Ze was blij dat er met haar komst weer vrolijkheid in het huis gekomen was. Ze besloot anders met het meisje om te gaan. Ze nodigde haar stiefdochter uit zonder woorden. Door in de keuken te zitten met thee, of met een fotoboek op de bank. Toen het meisje erbij kwam zitten dacht de goede stiefmoeder aan de spiegel en glimlachte. Wat ze moeilijk vond deelde ze met de man, en soms met het meisje. Het was een lange zoektocht, maar ze vonden hun weg, met z’n drieën. En ze leefden nog lang en…vaak gelukkig. Soms wat minder. Net als elk gezin.

 

 

 

 

 

Het samengestelde gezin: een botsing van twee culturen

 Of wat stiefouders kunnen leren van ‘Ik vertrek’

Pieter en Corine vertrokken naar Frankrijk om hun droom waar te maken: een kleinschalige boerderijcamping tussen de glooiende heuvels van de Lot. Ongetwijfeld zagen ze zich al in de avondzon op hun terras zitten, moe maar voldaan na een lange dag buiten. Hij schonk nog een wijntje in, terwijl zij vertederd naar de kinderen keek die lachend rondrenden door de boomgaard. De kijkers thuis wisten wel beter. Ze gingen er eens goed voor zitten om de droom van Pieter en Corine in duigen te zien vallen.

Trouwe kijkers van ‘Ik vertrek’ weten hoe het de avonturiers meestal vergaat en sommen de standaardproblemen moeiteloos op. De dromers zijn slecht voorbereid, spreken de taal van het land waar ze zich gaan vestigen niet, hebben zich totaal verkeken op de tijd die nodig is om van hun bouwval een paleisje te maken en worden volkomen verrast door gewoontes van hun nieuwe landgenoten. Thuis op bank schudden de kijkers hun hoofd en verbazen zich over zoveel naïviteit.

Het vormen van een nieuw gezin uit twee al bestaande gezinnen is in veel opzichten vergelijkbaar met emigreren. Er worden twee gezinsculturen samengebracht, ieder met zijn eigen gebruiken en manieren. Ieder ook met zijn eigen taal. Je wordt je pas bewust van al je vanzelfsprekende gewoontes als je samenwoont met mensen die alles anders doen. Die meer, harder of anders praten, die minder, vaker of anders eten, die andere programma’s kijken en andere spelletjes doen. Die korter of langer in bed liggen en nooit of juist altijd de auto nemen. Verschillen worden uitvergroot op het moment dat je gaat samenleven. Dat geeft niks, maar het is wel slim om er op voorbereid te zijn. Veel mensen die besluiten een samengesteld gezin te vormen lijken op Pieter en Corine: ze koesteren dezelfde droom, willen niets liever dan samen oud worden op een idyllische plek, omringd door hun kinderen. En pakken de verhuisdozen in zonder goed na te denken over wat er komen gaat.

Een goede voorbereiding dus. Wat houdt dat dan in? Pieter en Corine hadden er goed aan gedaan Frans te leren voor ze vertrokken. Als je besluit als stiefouder bij je nieuwe partner en zijn of haar kinderen in te trekken is het verstandig eerst te ontdekken hoe hun taal in elkaar zit. Praten ze eigenlijk open met elkaar of wordt er juist veel niet uitgesproken? Zijn de kinderen gewend hun mening te geven of is daar minder aandacht voor? Wordt er wel eens ruzie gemaakt en zo ja, hoe ziet dat er dan uit? Lijkt het op wat jij als ouder gewend bent of ga je met je eigen kinderen heel anders om? Bespreek jullie ideeën over opvoeden van tevoren en neem de tijd om de kinderen van je nieuwe partner te leren kennen voor jullie gaan samenwonen.

Corine heeft een hele tijd geprobeerd de Nederlandse bedtijden aan te houden voor haar kinderen. Dat werd een drama. Alle nieuwe vriendjes en vriendinnetjes, Franse kinderen uit de buurt, mochten veel later naar bed. Haar kinderen protesteerden. Wie emigreert, moet op zoek naar de gulden middenweg. Wat neem je mee van je eigen gewoontes en op welke punten pas je je aan? Sommige gewoontes horen bij je en zijn belangrijk voor je, omdat ze iets zeggen over hoe je in het leven staat. Andere zijn misschien wat minder doordacht en kunnen best aangepast worden. Ga met je nieuwe partner, kinderen en stiefkinderen in gesprek: welke regels gelden voor ons allemaal? Welke tradities uit ons vorige gezin houden we in ere, en welke kunnen we veranderen? Zo lang er verschillen mogen blijven bestaan kan het kennismaken met nieuwe gebruiken ieders leven verrijken.

De droom van Pieter en Corine bestond uit het eindplaatje: borrelen met dankbare gasten aan lange tafels vol eerlijk, zelf verbouwd eten. Een en al liefde en harmonie. De weg daar naartoe, met de luie aannemer, het lekkende dak, de onvoorziene kosten en de mopperende kinderen, hoorde niet bij de droom. Wie samen aan de toekomst wil bouwen moet ook de tijd willen nemen om te bouwen. Een nieuw gezin ontstaat niet van de ene op de andere dag; er gaat een periode van zoeken en proberen aan vooraf. Een periode waarin iedereen zijn plek nog moet vinden en waarin jullie als gezin samen nieuwe herinneringen moeten maken, als een nieuw fundament voor jullie Franse boerderijtje. Zie die periode als een onderdeel van de droom, als de bouwfase. Met name de eerste twee jaar in een samengesteld gezin zijn voor bijna iedereen zwaar. Wie ooit verbouwd heeft zal het beamen: tegenvallers zijn onvermijdelijk en stress hoort erbij. Maar langzaam verdwijnt het stof en wordt je huis weer leefbaar. Dit is een proces dat veel stiefouders zullen herkennen in hun nieuwe gezin. Het heeft tijd nodig, maar wie geduld heeft en blijft praten, ziet een nieuwe eenheid ontstaan.

En Pieter en Corine? De camping kwam niet van de grond. Na een jaar vol tegenslagen werd de droom bijgesteld en werd de boerderij een Bed & Breakfast. Ze wonen nu heerlijk tussen de heuvels van de Lot en drinken regelmatig een wijntje met enthousiaste gasten. En de kinderen spreken vloeiend Frans.