In de bubbel: meer contact

Mijn vader overleed vorige week, toch nog vrij plotseling. Hij had de ziekte van Alzheimer, in een vergevorderd stadium, en ging hard achteruit. We hadden z’n spullen al verdeeld en een stapeltje foto’s apart gehouden voor zijn afscheid. Maar dat het zo snel zou gaan, binnen één etmaal van ‘hij voelt een beetje warm’ naar zijn laatste adem, dat was onverwacht. Verbouwereerd stonden we buiten op de uitvaartbegeleider te wachten. Zo begon een verdrietige en bijzondere week die werd afgesloten met zijn uitvaart.

‘Ik weet niet wat ik met mezelf aan moet. Ik wil terug in de bubbel!’ appte mijn zus de ochtend na de crematie. Ik snapte precies wat ze bedoelde. Voor mij was dit de vierde keer dat ik van begin tot eind bij het regelen van een uitvaart betrokken was, oftewel: de vierde keer dat er iemand overleed van wie ik veel hield. En elke keer, nu weer, werd ik getroffen door datgene wat mijn zus ‘de bubbel’ noemt. Het is net of er in zo’n week andere omgangsvormen gelden, of alle buitenkant wegvalt. Alle emoties zijn zichtbaar, en dat mag gewoon. De normale ruis van het leven van alledag, met al die verplichtingen, het eindeloze moeten, is er even niet. Geen werkmail, geen heel belangrijke klanten die gebeld moeten worden, geen notulen die geschreven of gelezen moeten worden, alles op pauze. Eén focus, één gezamenlijk doel, samen iets moois maken voor een ander. En ik kan me moeilijk voorstellen dat het toeval is, wat ik vier keer zag gebeuren. Dat iedereen als vanzelf ging doen waar hij goed in was: de een regelen, de ander schrijven, iemand ‘deed’ de bloemen, een ander had ineens voor iedereen brood gesmeerd. Het was ineens zo makkelijk om elkaar een compliment te geven, te troosten, vast te houden. Zo vanzelfsprekend samen.

Het deed me denken aan mijn kraamtijd. Aan de keren dat ik met collega’s en leerlingen een week naar het buitenland ging. Aan die keer dat ik in Afrika in het ziekenhuis belandde met malaria. Ik ben verschrikkelijk hardleers, blijkbaar. Want ik heb mijn conclusies al eerder getrokken: bij heftige emoties zoeken mensen elkaar op. Grote gevoelens wil je delen. En wie zich verbonden voelt, wordt een betere versie van zichzelf. Eerlijker, dapperder, guller. Het is makkelijker jezelf te laten zien, uit te spreken wat er in je leeft, als je voelt dat het kan. En wie meer zichzelf is, komt beter tot zijn recht. Bovendien is geven geen opgave, als je voelt dat je samen bent. Dan gaat lief zijn voor elkaar vanzelf.

Het is natuurlijk heel raar om te zeggen dat ik genoten hebt van de week waarin ik afscheid moest nemen van mijn vader. En toch is het zo. Er is ook verdriet. Natuurlijk. Maar ik heb weer even gezien dat er achter elk gezicht een mens zit met dezelfde gevoelens als ik, en dat we allemaal snakken naar hetzelfde. Minder buitenkant, meer contact. Laatst las ik het mooi verwoord door psychiater Dirk De Wachter: ‘We hebben reëel contact nodig en de behoefte om elkaar in de ogen te kijken.[…] De sleutel voor de moderne mens ligt in het samen dragen van de lastigheden van het leven’. Zo heb ik het ervaren. Ik heb ook gemerkt dat ik best ‘nu even niet’ kan zeggen om mijn energie te steken in wat voor mij het meest belangrijk is. Dat ik me juist sterker voel na deze week van kwetsbaarheid. Ik neem me dus voor (inderdaad, alweer) om me ook buiten de bubbel zoveel mogelijk te gaan gedragen als erin. Eens kijken wat er gebeurt.

,

Zonnige dagen in een nieuw gezin

Ik was een keer op vakantie in Italië, in Toscane, in de zomer. Het was bloedheet. Om van de camping bij de zee te komen moesten we twintig minuten lopen, één lang zandpad naar het strand. Heen ging nog wel, maar terug was de hel. De kinderen, allemaal onder de tien, klaagden over de hitte, over honger, over het zand, over wie wat moest dragen, enzovoort. Ik werd er gek van. Op een gegeven moment voerde ik de ‘Drie keer klagen is klaar’-regel in. Iedereen mocht tussen strand en camping drie keer klagen. Ik deed dan heel begripvol: ‘Nou, wat is het warm hè? Ik zie hoe je zweet! Hoe heet heb je het op een schaal van 1-10? Een 10?! Jeetje! Wil je even staan en uitpuffen?’. En door. Op een vierde keer zeuren werd niet gereageerd maar het dagelijkse ijsje was verspeeld. Tot mijn verbazing werkte dit supergoed. De kinderen kregen veel meer begrip dan voorheen, toen ik bij het eerste moppertje al begon met ‘We zijn er bijna / Piep niet zo / Geef die zwemband dan maar hier, maar hou op met zeuren’. En ik zág de kinderen hun mond openen en weer dicht doen, om het zeuren nog even te ‘bewaren’. Op het laatst werd het een soort sport. ‘Jongens, daar is de bocht naar de camping al. Jullie mogen nog ieder twee keer. Wie begint?’

 

Ik moet hier wel eens aan denken als ik in gesprek ben met een ouder en een stiefouder die behoefte hebben aan ondersteuning. Elk stel is anders, maar het volgende kom ik regelmatig tegen: ze zien dezelfde problemen, maar reageren er anders op. Stiefouders zijn geneigd vaker en krachtiger te benoemen wat er moeilijk is, in de hoop dat de ouder, die vanuit zijn of haar rol meer invloed op de situatie heeft, er iets aan doet. De ouder, door zijn of haar positie gericht op verbinding, wil niet altijd horen waar de nieuwe partner tegenaan loopt in de omgang met de stiefkinderen en de andere ouder. En kan daardoor soms te weinig begrip tonen voor de stiefouder. Die dan, inderdaad….méér gaat mopperen. Voor je het weet liggen de problemen onder een vergrootglas en groeit de afstand tussen de nieuwe partners.

 

In mijn voorbeeld zou je kunnen zeggen dat een stiefmoeder (oké, -ouder) in de rol van mijn kinderen zit. Veel stiefmoeders hebben het zwaar. Ze hebben last van de zon, het zand, de zwembanden. Van de spanning, het geploeter en de ladingen ‘geschiedenis/bagage’ die vaak horen bij een nieuw gezin. Als ze moeite hebben met de ex van hun partner willen ze niet horen ‘trek je er gewoon niks van aan / jij wilde toch met hem zijn, nou dan, dit hoort erbij / hou er maar over op, ik praat wel met haar’. Als het gedrag van hun stiefkinderen hen stoort, is een opmerking als ‘dat bedoelen ze niet zo / zo zijn kinderen op die leeftijd nou eenmaal’ niet helpend. Ze willen dat iemand echt luistert en hoort hoe moeilijk het is.

 

Maar de andere personen in mijn verhaal (mijn man en ik) hebben ook een punt. Als mijn kinderen na een gezellige middag aan het strand de hele terugweg zeuren, ben ik de leuke middag vergeten als ik chagrijnig op de camping aan kom. En ik heb het óók warm. Oftewel: een biologische ouder die zelf ook baalt van de situatie maar probeert niet de hele tijd te benoemen wat lastig is verliest de moed als de stiefouder dat wel continu doet.

 

Aandacht en begrip voor elkaars gevoelens is van wezenlijk belang

Welke les zit hier in? Bij strand hoort zand op je handdoek. Bij het hebben van een samengesteld gezin horen moeilijke dingen. Voor de biologische ouder, in een constante spagaat tussen kerngezin en nieuwe gezin, en voor de stiefouder, die evengoed op zoek is naar evenwicht. Aandacht en begrip voor elkaars gevoelens is van wezenlijk belang; in mijn ogen een voorwaarde om het samen te redden als nieuwe partners. Maar waar in een ‘gewoon’ gezin dagen al hectisch kunnen verlopen, is dat in een nieuw gezin zeker zo. Te allen tijden aandacht hebben voor ieders gevoelens is een mooi streven, maar door de dag heen lang niet altijd haalbaar. Er gebeurt iets, je doet of beslist iets, en het volgende dient zich aan. Als alles wat niet bevalt kenbaar wordt gemaakt door rollende ogen, half hoorbaar gemopper of juist een ontploffing is het snel gedaan met de sfeer. Van de andere kant, geen ruimte maken voor die gevoelens door alle vormen van commentaar meteen af te kappen, zoals ik eerst bij mijn klagende kinderen deed, werkt ook niet. Wat dan wel?

 

Spreek met elkaar af dat je tijd maakt voor elkaar aan het einde van de dag of het weekend. Plan momenten op te ventileren; om te mogen zeggen wat je voelt. Laat elkaar vertellen wat leuk was en wat moeilijk was. Luister goed en vraag door. Zorg er samen voor dat jullie gesprek niet verzandt in een klaagzang over de kinderen of de andere ouder, maar dat jullie praten over jullie; over wat er IN jullie leeft.

 

In het kort  : delen

Doel  : versterken van jullie partnerrelatie
Niet   : oplossingen aandragen, gedrag van anderen gaan uitleggen of vergoelijken
Wel    : begrip tonen, vragen stellen (Hoe was het voor je dat X dat zei? Wat deed het met jou toen dit of dat gebeurde? Voelde je je voldoende gesteund door mij? Wat zou op dat moment geholpen hebben?)

 

Door dit keer op keer te doen gaan jullie elkaar beter begrijpen en wordt jullie band sterker. Op een rustig moment bespreken wat jullie ervaren zorgt dat jullie door de dag heen af en toe over hobbels heen kunnen stappen zonder ze te benoemen. Het zand blijft zand en het pad blijft lang, maar zo lopen jullie samen en wordt het makkelijker op het goede spoor te blijven: zien wat goed gaat, meenemen wat lastig is, positief onderweg zijn.

 

Niet vergeten hoe mooi Toscane is. Blijven zien hoe blij jullie met elkaar zijn.

 

 

 

Herken je het bovenstaande en denk je dat het jullie zou helpen onder begeleiding te kijken naar hoe jullie communiceren en omgaan met knelpunten, neem dan vrijblijvend contact op.

 

,

Praten met je puber

Ken je die chef-kok die thuis macaroni met ham en kaas eet? De interieurstylist wiens huis géén evenwichtig, eclectisch geheel van vintage en design is, maar gewoon een troep? Ik hoor in het rijtje van mensen die hun skills bij de voordeur achterlaten, en thuis niet lijken te kunnen beschikken over hun professionele kwaliteiten. Of de kans niet krijgen, omdat ze nou eenmaal niet samenleven met mensen die actief op zoek zijn naar die kwaliteit, dat kan ook. Anders gezegd: noch mijn man noch mijn kinderen zoeken mij op voor een goed gesprek. Mijn man omdat hij niet worstelt met levensvragen, de klok rond positief is en geen stress kent. Het bestaat, mensen: ik leef met de personificatie van rust en vertrouwen. Zelf volg ik scholing op scholing en vouw ik mezelf dagelijks dubbel op een yogamat, om vervolgens hopelijk ooit zo ontspannen te zijn als mijn man, die ondertussen gewoon op de bank zit. En van ons tweeën ben ik de coach. Ironie!

 

Dan de kinderen. Drie stuks, tussen 14 en 17. Laatst stond ik de keuken op te ruimen en ving ik een gesprek op tussen de drie, nog aan tafel. Er was sprake van een ‘love interest’, een ‘crush’. Ik draaide me verrast en geïnteresseerd om. Hoe, wie, wat, waar? Nou, ze maakten me snel duidelijk dat ik heus wel zou worden ingelicht bij vaste verkering, maar tot die tijd zeker niet. Ze waren het erg met elkaar eens. “Jij gaat dan meteen van alles vragen!” “Jij komt dan na drie weken nog met ‘Hoe is het afgelopen met die-en-die?’” en “Jij onthoudt dat dan allemaal!”

 

Juist. Ik had het moeten weten. Een moeder is een moeder. Schoenmaker, blijf bij je leest. Een therapeut of coach stelt vragen, neemt je gevoelens serieus, onderzoekt met je wat je wilt. De setting bepaalt dat een Echt Gesprek oké is, zelfs fijn. Je geeft je bloot, doet de deur dicht, en gaat terug naar je gewone leven. Een Echt Gesprek met je ouders, waarin gedachten en gevoelens expliciet benoemd worden, is voor veel jonge mensen ongemakkelijk. Vooral als je zelf nog helemaal niet goed snapt wat je nou eigenlijk allemaal voelt, denkt en wil. Het maakt je kwetsbaar, en zeker face-to-face aan de keukentafel kan het een beetje te veel van het goede zijn. Pubers hebben behoefte aan zelfstandig worstelen, dubben, uitproberen. Ze willen een beetje afstand van papa en mama. Dat hoor ik vaak en blijkt dus ook te gelden voor mijn eigen kinderen. Point taken!

 

Uitnodigen ja, uithoren nee

 

Een moeder, een ouder, moet het anders aanpakken. De regie voor het gesprek bij het kind laten. Beschikbaar zijn, luisteren. Het gesprek op gang houden door te laten merken dat je ze hoort, zonder als een pitbull-interviewer vraag na vraag af te vuren (zó erg was ik niet, maar ik..eh..snapte de reactie van mijn kinderen wel. Ik geniet zo van het meebeleven van hun jeugd dat ik kan doorslaan in belangstelling. Loslaten betekent ook accepteren dat een steeds groter deel van hun leven voor jou niet vanzelfsprekend bekend is. Vind ik een dingetje, zeg maar). Liefst een beetje terloops, dat houdt het luchtig. Tijdens het afwassen bijvoorbeeld, of – in geval van een vaatwasser- in de auto, of tijdens een rondje met de hond. Als jouw aandacht ogenschijnlijk op iets anders gericht is, en er geen oogcontact is, praten pubers vaak makkelijker. Creëer momenten voor deze ‘light variant’ van een Echt Gesprek, slik je adviezen weg en geniet.

 

Dus. Ik ben nu heel bewust terug bij de Pan Soep Aanpak. De term heb ik gestolen van een vader die minder was gaan werken en vertelde dat hij het meest genoot van de momenten dat hij stond te koken. Terwijl hij in de soep roerde kwamen zijn kinderen een voor een af en toe wat vertellen. Iets over hun dag, wat leuk was of tegenzat. Hij humde wat, zei ‘Oh?’ of ‘Goh!’ en roerde in de soep. En dat was alles wat ze wilden.

In plaats van zeuren

Ik zeur. Het is waar. Niet altijd, maar soms kan ik het heel goed. Als ik ergens een pijntje heb kan ik het niet laten dat te benoemen. Het komt zelden voor dat ik een muggenbult heb zonder dat mijn gezin dat weet. Niemand was meer verrast dan ikzelf toen ik een enorme bikkel bleek tijdens de bepaald niet flauwe bevallingen van mijn drie kinderen. De grote beloning aan het einde van het lijden maakte alles anders voor mij. Denk ik. Of het was de roes, de oerkrachten, whatever.

Ik kan thuiskomen na een drukke dag en ‘Hoi schat!’ op dezelfde adem laten volgen door ‘Ah…waarom heb je dat nou niet even opgeruimd?! Nou staan die schoenen/de ontbijtspullen/… hier nóg!’ Ik kan rustig élke keer dat ik samen met mijn man in de auto stap opmerken dat de auto wel heel vies is en nodig gewassen moet worden. Ik durf dat te bekennen omdat ik zeker weet dat veel mensen (oké, veel vrouwen) dit herkennen. Het laatste deel dan hè, het klagen over pijntjes is meestal de afdeling van de man. Ik doe dat gewoon allebei, geëmancipeerd als ik ben.

Het is geen leuke eigenschap en als ik met mij moest samenleven zou ik dit heel irritant vinden. Aan de pluskant: ik benoem ook alles dat ik leuk vind en ik vind veel leuk, dus per saldo ben ik geen vervelend gezelschap. Mijn man zou op mijn gemopper kunnen reageren met ‘Ja, dat weet ik nou wel!’ Dat doet hij gelukkig niet. Hij weet dat ik het even moet zeggen als ik het denk, en dat er verder niks achter zit. Op ‘bepaalde dagen in de maand’ als ik ons hele huis wil renoveren en op stel en sprong naar de stort wil rijden om alles wat mij plotseling tegenstaat te dumpen, doet hij voor de lieve vrede zuchtend een extra klusje of hij brengt mij een glas wijn in bad. Mijn man weet met wie hij getrouwd is en heeft gaandeweg mijn gebruiksaanwijzing uitgevogeld. Ik heb geleerd te zeggen wat ik nodig heb als me iets dwars zit. Rechtstreeks en zonder zeuren. Nu vind ik dat vanzelfsprekend en gaat het me gemakkelijk af, maar dat is ooit anders geweest.

Ik ga voor het gemak nu even generaliseren. Sla dit stuk over als je snel beledigd bent. Mannen zijn over het algemeen vrij simplistisch als het aankomt op emoties. Ze gaan af op wat ze zien en horen, en gaan niet standaard op zoek naar een diep weggestopt, compleet ander verhaal. Als hun vrouw drie keer zegt dat er niks is, dan zal er wel niks zijn. Heeft hij dat chagrijnige gezicht vast verkeerd begrepen of zo. Als hun vrouw tierend door de keuken banjert, is ze boos. Dat ze eigenlijk aan het eind van haar latijn is, zich miskend en onbegrepen voelt, een huilbui en een knuffel nodig heeft, komt niet in hem op. De vrouw in kwestie vindt het ongelooflijk dat haar man niet snapt wat er aan de hand is en vindt dat haar soulmate toch gewoon zou moeten aanvoelen waar ze behoefte aan heeft. Als ze het eerst moet gaan spellen, dan laat maar.

Newsflash: zo schiet het niet op. Vandaar mijn advies, waarbij ik me weer even baseer op Marshall Rosenbergs Geweldloze Communicatie (zie ook hier, voor een voorbeeld over praten met pubers). Het klinkt heel simpel, maar het is best moeilijk. Dit is wat je doet:

  • Je beschrijft de situatie die een negatief gevoel bij jou uitlokt. Wat gebeurt er?
  • Je beschrijft hoe je je voelt. Niet alleen het bovenste laagje, maar ook wat er onder zit.
  • Je bedenkt wat je nodig hebt om je beter te voelen en benoemt dat.
  • Je vraagt je man/vrouw/kind/collega of ze je hierbij kunnen helpen.

Stel: je bent een gemiddelde vrouw met te veel hooi op haar vork. Je wil een goede moeder zijn en een leuke partner, een gewaardeerde werknemer en een attente vriendin. Je wil een goed lijf en een schoon huis. Af en toe wordt het je allemaal te veel en dan zijn dit je mogelijkheden, in een voorbeeldsituatie die vast wel lijkt op wat er ooit bij jou thuis gebeurt. Optie 1 noem ik even de onderbuikreactie en optie 2 je aanpak met behulp van geweldloze communicatie:

Optie 1:

Het is hier een bende en er is niks in huis! En niemand heeft hier natuurlijk bedacht dat we ook nog moeten eten! Je wist toch dat ik later zou zijn?!

(subtekst: er is hier van alles niet naar mijn zin en dat ligt aan jou/jullie)

Nou, ook hallo! Maak je niet zo druk, dan eten we toch een keer pizza. Ga gewoon even zitten.

Ja, lekker makkelijk! En het huis stofzuigt zichzelf dan zeker? En we hebben al pizza gehad dit weekend, dus dat kan echt niet! Ik ga nu naar de supermarkt, zorg jij dat de vaatwasmachine is uitgeruimd, en zeg tegen de kinderen dat ze moeten stoppen met gamen!

(subtekst: ik moet hier ook alles regelen! )

Oké, wat jij wil. Jaaa, ga nou maar!

(gevolg: opgefokte, geïrriteerde vrouw en dito man)

Optie 2:

Het huis is niet opgeruimd en er is geen eten. Als ik al moe thuis kom van een lange dag, vind ik dat heel vervelend. Het voelt alsof ik in mijn eentje verantwoordelijk ben voor ons gezinsleven. Ik word er boos en gefrustreerd van (dit is de zichtbare laag), en ook paniekerig omdat het te veel is (dit zit dieper, en laten we vaak weg). Ik wil heel graag voelen dat we het samen doen, dat we samen de verantwoordelijkheid nemen. Ook voor het geregel en het denkwerk. Want zo trek ik het niet, ik hou het niet vol. En dan ga ik mopperen, wat ik niet wil. Wil jij straks even met mij gaan zitten om te kijken wat we hierover kunnen afspreken?

Zoiets. Dan ben je er niet natuurlijk, maar dan heb je wel gezegd dat je geen (of op z’n minst: niet alleen een) boze bitch bent, maar iemand die hulp nodig heeft. In plaats van je partner van je af te schreeuwen, vraag je hem juist om dichterbij te komen.

Als je van jezelf weet dat je op zo’n moment nooit de rust hebt om zoiets te zeggen, probeer je dan te beperken tot de laatste vraag, en zorg dat je wat later de rust neemt (ja, gewoon NEEMT, dus, voor jezelf) om even stil te staan bij wat je voelt en bij wat je zou willen, en ga dan het gesprek aan.

Neem van mij aan: de gemiddelde man vindt niets fijner dan een vrouw die zegt wat hij moet doen om haar blij te maken, zonder drama. Lekker duidelijk. En voor de gemiddelde vrouw is het heel verfrissend om dat hardop te zeggen. En dan heb ik het dus niet over dat lijstje klusjes.

Gewoon een keer proberen.