Oma Ad

Zo’n 21 jaar geleden werd ik verliefd op een collega. Het was, in ieder geval van mijn kant, echt liefde op het eerste gezicht, struck by lightning in de docentenkamer. Ik zie een film met Reese Witherspoon voor me. In de weken die volgden verzamelde ik informatie over deze man. Ik sprokkelde feitjes om verstandelijk te staven wat mijn lijf zei. Hij hield van carnaval en hij kookte nooit met zakjes. Prima. Op een dag zei hij dat hij naar de verjaardag van zijn moeder ging. Ze werd 75.

 

Wacht even? 75? Ik was 25. Mijn collega bleek 18 jaar ouder. Hij bleek ook gescheiden en vader van twee kinderen. Ik probeerde daar iets van te vinden maar was al te ver heen. Reese toont de interne strijd in een intens close-up shot. De film volgt verder het standaard patroon van een romantische komedie. Er was wat gedoe, er waren een paar gênante situaties (Bridget Jones Queen of Clumsy? Pff, you ain’t seen nothing yet) en ook het verplichte ‘Oh nee, op de valreep toch maar niet’-moment ontbrak niet. Maar het geheel eindigt met een spectaculaire kus ( op de wc. Tip voor de regisseur: niet alle waargebeurde feiten gebruiken) en de kijker denkt de bruiloft en een toekomst vol liefdesgeluk er zelf wel bij.

 

Die bruiloft kwam er en het geluk is er nog steeds. Mijn lieve schoonmoeder wordt volgende week 96. Door het grote leeftijdsverschil tussen mijn man en mij was ze in mijn ogen altijd al meer een oma dan een moeder. Het appartement in hartje Helmond, waar ze sinds ik haar ken woont, is een oase van hartelijkheid. De setting: vloerbedekking en tapijtjes, eikenhouten kastjes en tafeltjes, overal kandelaars en kleine vaasjes. Aan de muur een kalender met Bijbelse spreuken, foto’s van kinderen en kleinkinderen en landschappen geschilderd door mijn schoonvader, die ze zo vreselijk mist. Een bezoek aan haar is the ultimate oma-experience. Koffie met iets lekkers, en nog iets lekkers, en nog iets, en dan soep, en tussendoor aan de lopende band complimentjes, lieve vragen, bezorgde vragen en verontschuldigingen. Als iemand de gezichten van mijn pubers kan openbreken is zij het. Ze gaan graag mee, en dat wil wat zeggen. Mijn zoon van 18 is nog niet binnen of hij duikt languit op de grond, zoals vroeger. Ze vallen over elkaar heen om haar ervan te verzekeren dat de soep heerlijk is, echt héérlijk, en dat ze echt niet te weinig in huis gehaald heeft. Alles is goed, oma. Ze hoort slecht, wat leidt tot spraakverwarring en veel herhalingen, en ik zie hoe de kinderen moeten lachen. En hoe ze dan kijken, naar hun oma en naar elkaar. Ongegeneerd samen genieten. Dezelfde drie kinderen die op weg naar de auto weer beginnen te steggelen over wie er in het midden moet.

 

Toen ze 89 was gingen we een keer samen winkelen. Ze paste een trui en vroeg aan de verkoopster ‘Maakt ‘ie me niet te oud?’. Want ze weet heel goed welke vraag daarop volgt, en wat zij dan antwoordt, en dat er dan iemand ongelovig ‘Oh!’ en ‘Ah!’ begint te roepen. Mijn man heeft het niet van een vreemde. Het is ook waar. Ze lijkt 80. Ze gaat elke dag even naar buiten voor ‘een loopje’ naar de markt of de bakker. Er liggen elke keer dat we komen nieuwe boeken van de bieb, en geen flauwe. Een paar jaar geleden nog belde ze ruim na middernacht op 1 januari, om ons een gelukkig nieuwjaar te wensen. Ook als weduwe vierde ze Oudjaar, alleen, met de tv en een glaasje wijn. Een eind in de 90 heeft ze bijna al haar meubels vervangen voor ‘iets moderners’. En al praat ze al jaren over stoppen, ze gaat nog wekelijks naar de petanque-club. Ze vertelt dat de mannen in de rij staan om haar te halen en te brengen. Een tijdje terug had er een om haar voornaam gevraagd, dat vond ze zo romantisch! Goeie genen en geluk zijn essentieel, maar mijn schoonmoeder leeft wijze lessen. Ze is alleen en dat is zwaar, en ze maakt er wat van. Ze doet precies wat de dokter zegt (‘Al loop je maar rond de tafel, zegt de dokter, dus ik moet er elke dag even uit’), kleedt zich mooi aan, kookt haar eigen potje en vertelt zichzelf elke dag wat ze heeft om dankbaar voor te zijn.

 

Nu gaat ze richting 100. Haar lichaam lijkt dat ruim te kunnen halen. Maar we zien hoe het steeds moeilijker wordt. De fontein met levensenergie begint te sputteren. De vonk is eruit. ‘Ik mag niet klagen’, zegt ze, ‘jullie zijn allemaal zo lief’. En ik zeg dat ze wel mag klagen, dat het gerust mag, het is ook zo moeilijk, en zo doet zo haar best. En ze zegt dat het eigenlijk van haar niet meer hoeft, dat het genoeg geweest is. En de kinderen willen van mij horen dat dit over gaat, dat ze zich weer beter gaat voelen als ze weer op haar dakterras kan zitten, in de zon.

1 antwoord

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.