Ken jij de knoppen van jouw kind?

Mijn moeder wilde nooit de credits voor hoe mijn broer, zussen en ik waren opgevoed ( en we waren me toch een stel geslaagde exemplaren!). ‘Jullie lagen al makkelijk in de wieg,’ zei ze dan. Toen ik zelf kinderen kreeg leerde ik dat ze gelijk had. Je krijgt een kind met een karakter dat makkelijk of moeilijker is, dat wel of niet goed matcht met dat van jou en je partner, en dan doe je je best. Opvoeden is bij het ene kind een eitje, en bij het andere een constante uitdaging en aanslag op je zelfvertrouwen.

Mijn buurvrouw en ik hadden even oude kinderen. We zaten allebei in ons ienie-mini (eh…spelling?) voortuintje en gaven onze kinderen dezelfde boodschap: je mag tot het hekje. Vervolgens ging mijn buurvrouw een boek lezen en haar dochter lekker spelen, terwijl ik de rest van de middag het hekje barricadeerde om mijn zoon van de straat te houden. Wat gaat hier mis? dacht ik, en ik besloot mijn licht op te steken bij de cursus Mijn kind groeit op, voor ouders van kinderen van 0-4 jaar. Tijdens de bijeenkomst met als thema Belonen en Straffen hoorde ik dat je je kind best even op de gang mag zetten als hij stout is, evenveel minuten als zijn leeftijd in jaren. Een medemoeder die daar niet op bevestiging hoopte of iets wilde leren, maar haar wijsheid en kunde wilde etaleren, merkte op: ‘Toen mijn oudste dochter haar zusje sloeg, ging ik bij haar zitten– je kind altijd op ooghoogte toespreken!- en zei met klem ‘dit mag niet!’. En toen moest ze drie minuten op de gang. Ze heeft het dus nooit meer gedaan.’ Mijn broek zakte af. Mijn zoon stond elke dag meermaals op de gang, en dook dan daarna meteen weer op zijn zusjes. Niet om erop te meppen, maar het effect van zijn wilde spel was hetzelfde. Als hij op de gang stond, stond ik aan de andere kant met mijn volle gewicht tegen de deur te duwen om hem daar te houden. Hoe die Nanny die kinderen altijd zover kreeg dat ze bleven zitten op die naughty step was mij een raadsel. Mijn zoon ging de strijd aan tot de straftijd erop zat.

Nee, dan kindje twee. Ze lag in de box en vermaakte zichzelf. Ze sliep meteen door. Ze liet de boeken in de kast staan en het tuinhekje dicht. Als ze mijn eerste kind was geweest, was ik de irritante moeder van de cursus geweest, overtuigd van mijn parenting skills. Toch riep mijn dochter niet minder vragen op dan haar broer. Ze bleef weliswaar gewoon op de gang staan wachten als ze straf had, maar stond er dan zo onbewogen bij, met niets dan koele minachting op haar peutergezicht, dat we ons bij haar net zo goed afvroegen of we wel iets bereikten met onze strafmaatregelen.

Omdat ze zo verschillend waren, en zijn, maken onze kinderen andere ouders van ons. Dat is niet altijd te voorkomen. Mijn zoon was als kleuter vaak wild en druk en lomp. Hij wilde rennen en stoeien, klimmen en springen. Dus toen hij te klein was om alleen naar buiten te gaan, hoorde hij heel vaak ‘NIET!’ Niet op de bank, niet binnen rennen, niet slaan, niet zo hard roepen! Als we op een boerderij hadden gewoond in plaats van in de stad had hij ook figuurlijk meer ruimte gekregen. Zijn zusjes hadden praktischere hobby’s. Als zij deden wat ze het liefst deden, K3 imiteren of tekenen, hoorden ze niets anders dan ‘Goed zo!’ en ‘Mooi, schat!’ Dus door de beperkte oppervlakte van onze woonkamer en mijn aangeboren voorkeur voor rust en overzicht kreeg mijn zoon vaker een vermoeide of geïrriteerde moppermoeder dan mijn dochters.

Twee keer goed nieuws:

  1. Het is goed gekomen met mij en mijn zoon. Ik heb een beetje geleerd chaos toe te laten in mijn leven en hij is gekalmeerd. (Vertrouw op de puberteit om het teveel aan energie effectief uit je kind te halen!)
  2. Ouders en kinderen die niet van nature makkelijk matchen kunnen elkaar leren kennen. (….) Even ruimte om deze uitspraak te laten bezinken. Natuurlijk ken je je kind, maar als het vaak botst tussen jullie, weet je dan ook waar dat aan ligt? En zo ja, hoe je die situatie verandert?

De gebruiksaanwijzing

Als je een staafmixer hebt gekocht ga je die niet gebruiken als föhn. Hij werkt namelijk niet als föhn. Hopelijk weet je dat zonder dat je het hebt geprobeerd. Bij minder voor de hand liggende apparaten als een keukenmachine check je de gebruiksaanwijzing. Dit kan er wel in, hier gaat hij kapot van. Zo moet hij aan, en zo gaat hij sneller. Bij de geboorte van onze kinderen krijgen we helaas geen handleiding. Zo kan het gebeuren dat jij elke dag moppert over schoenen in de kamer, en dat ze toch niet worden opgeruimd. Verkeerde knop. Of dat jij ze onvermoeibaar probeert aan te zwengelen met je vragen en adviezen over school, zonder dat ze harder gaan werken. Verkeerde manier. En hebben jouw kinderen al ontdekt hoeveel gezelliger jij wordt als ze meteen komen eten als je ze roept? Weten ze hoe ze jouw humeur al beïnvloed hebben voor ze naar school gaan?

Wie zijn eigen gebruiksaanwijzing kent, kan anderen vertellen wat wel en niet goed werkt. Als je samen onder één dak woont is dat reuze handig. Nadenken over je eigen gebruiksaanwijzing en die van anderen geeft kinderen zelfinzicht en leert ze rekening te houden met andere mensen. Het helpt bij het vinden van antwoorden op de volgende vragen:

  1. Waar word ik blij, boos, bang of verdrietig van?
  2. Wat doe ik als ik me zo voel?
  3. Wat wil ik dan het liefst van mijn ouders/kinderen?
  4. Hoe komen ze daar achter?
  5. Welk effect heeft mijn gedrag op anderen?
  6. Hoe kan ik merken dat een ander zich rot voelt?
  7. Hoe kan ik anderen helpen zich beter te voelen?

De gebruiksaanwijzingen die je hier kunt downloaden zijn gemaakt voor ouders en kinderen ( > 10 jaar) die nogal eens botsen. Er is er een voor kinderen om in te vullen ( Mijn gebruiksaanwijzing voor mijn ouders) en, eerlijk is eerlijk, ook jij als ouder moet met de billen bloot (Mijn gebruiksaanwijzing voor mijn kind). Ze zijn verre van volledig. Het is een manier om te beginnen met het verbeteren van jullie relatie of de sfeer in huis. Je wint er twee dingen mee. Het eerste is dat een ingevulde gebruiksaanwijzing een uitgangspunt is voor een open gesprek. (‘Hé, je zegt dat je het meestal niet laat zien als je je rot voelt, en je zegt ook dat je wil dat ik je in zo’n geval even met rust laat. Nu ben ik bang dat ik dat misschien niet doe, omdat ik het niet aan je zie. Wat zouden we hier over kunnen afspreken? ) en het tweede is dat je allebei kunt laten zien dat jullie rekening met elkaar willen houden. Dat is een voorwaarde om verder te komen. Ook als het bij jou thuis een en al harmonie is, is het leerzaam en leuk om dit je kind te bespreken. Want eigenlijk zeg je ermee: ‘Ik wil het graag goed doen met jou. Ik wil graag weten wat je nodig hebt omdat je belangrijk bent voor mij.’ Altijd goed, toch?

Ik kan je vertellen: mijn kinderen waren zoals altijd mijn proefkonijnen en ik moest me toch even flink achter de oren krabben bij sommige van hun antwoorden. Daarnaast vind ik het heel handig dat we samen even goed stil hebben gestaan bij mijn don’ts:

‘Oh, jongens, hij is groot en rood, en jullie drukken er nu héél hard op!!’ Een blik, een kreun…en dan gaan ze hun jas ophangen. (Joehoe!)

 

 

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.