Berlijn ligt in het oosten

Over ACT en voornemens

 

Ja hoor, daar zijn we weer, op het ‘en nu écht!’-punt. Met frisse strijdlust of een nauwelijks verholen gebrek aan vertrouwen in eigen kunnen, op de barricades voor een ander 2019. Goede voornemens, mensen! Ik heb er twee, eentje is nieuw en het andere zeul ik al jaren met me mee. Mijn nieuwe voornemen voor het nieuwe jaar is: leren jongleren! Ik vind het leuk om iets compleet nutteloos te leren (wat?! nutteloos?! oog-hand coördinatie, mindfulness in beweging, het aanleggen van nieuwe verbindingen tussen de twee hersenhelften, hoe zinvol wil je het hebben?) en het lijkt me gewoon heel cool om in de klas ineens achteloos met drie etuis te gaan jongleren. Ik ben al begonnen. Dat wil zeggen, ik heb YouTube geraadpleegd en de jongleerballen uit de speelgoedkist gevist en ben toen blijven steken bij stap 1, waarbij je overgooit van de ene naar de andere hand met één bal. En ja, dat moet je dus oefenen, want dat moet op een bepaalde manier, waarbij…afijn, ik ben daar nog mee bezig. Het tweede voornemen is mijn persoonlijke gouwe ouwe: het oefenen van geduld. In de file geef ik me moeiteloos over aan de situatie en op school met mijn leerlingen leg ik zonder problemen 25 keer hetzelfde uit, maar als mijn eigen leerproces het tempo van een auto in de spits heeft dan heb ik het zwaar. De weg naar wat ik voor ogen heb is me vaak te lang. ‘Gij zult een succesvolle, gewaardeerde therapeut en docent zijn, met een oneindig arsenaal aan tools en techieken om eenieder te bieden wat hij nodig heeft!’ preekt mijn hoofd. ‘Wat zegt gij? Al doende leert men? Haha, dat geldt wellicht voor de rest van de wereld, maar gij zult alles in één keer kunnen!’ Tsja.

 

Gelukkig ben ik al weer een paar jaar bezig met ACT en dat helpt. Enorm. Door ACT (Acceptance and Commitment Therapy) lukt het me beter om die stem in mijn hoofd op te merken en er om te lachen. Roept u maar, dan ga ik ondertussen mijn gang, op mijn manier en in mijn tempo. Ik oefen elke dag om mild en geduldig te reageren op mezelf, als weer eens blijkt dat ik geen perfecte vrouw, moeder, echtgenote, zus, vriendin, therapeut, trainer of docent ben. Wat mij geholpen heeft is een simpele uitspraak die ik een hele tijd geleden ergens opving: Berlijn ligt in het oosten.

 

Goed, dat is niets nieuws. Maar als je ’s morgens op de fiets stapt om een eindje te rijden, dan maak het nogal wat uit of je je voorneemt naar het oosten te fietsen of naar Berlijn. Het oosten is easy, als je drie straten verder omvalt heb je toch gedaan wat je je voorgenomen had. Had je je daarentegen ten doel gesteld Berlijn te bereiken dan is de kans groot dat je ergens halverwege teleurgesteld en uitgeput in de berm ligt. Met andere woorden, het werkt soms beter te bedenken welke kant je op wil, dan waar je precies uit wil komen. Natuurlijk, in bepaalde gevallen is een heel concreet doel hebben juist erg helpend, zeker als het om iets gaat dat je op korte termijn wil bereiken, of wat te maken heeft met één specifiek aspect van je leven. Ik wil een familiereünie organiseren of ik wil een andere baan vinden of ik wil een 6 gemiddeld voor Frans op mijn rapport. Maar als het gaat over de lange termijn, over ondersteuning vinden om je leven te leiden op een manier die bij je past, dan helpt een heel specifiek doel je niet. Want we weten allemaal dat er altijd dingen op je pad komen die je niet bedacht of gewild had. Dan is Berlijn ineens onbereikbaar geworden. Of je komt er halverwege achter dat Berlijn misschien toch niet de plek voor jou is.

 

Als het gaat over grote vragen, zoals ‘waar wil ik naar toe met mijn leven / huwelijk / werk?’ of ‘wat voor soort iemand wil ik eigenlijk zijn?’ dan helpt het om niet te denken in termen van concrete doelen, maar juist waarden als uitgangspunt te nemen. Je kiest een richting, niet een eindpunt. Dan kun je vanaf dag 1 bedenken welke stap een stap in de goede richting is, en is één stap tegelijk al goed. Als ik dat vertaal naar de goede voornemens voor morgen, verandert ‘ik wil 60 wegen’ in ‘ik wil goed voor mezelf zorgen’ en ‘ik wil een harmonieus gezin’ in ‘ik wil (bijvoorbeeld) betrokken en verdraagzaam zijn’. Per dag, per keer, per keus, bedenk je wat past bij die waarden. Neemt iemand die goed voor zichzelf zorgt de auto of de fiets? Hoe reageert een betrokken, verdraagzame ouder op haar norse puber? Als je vanuit waarden denkt heb je eindeloos veel kansen om te doen wat goed voelt. En omdat je wel steeds bijstuurt, maar geen einddoel hebt, kunnen je voornemens jaren mee. ’T Is maar een tip!

 

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.